De Mediawet is op het terrein van lokale media niet alleen achterhaald, ook zorgt de wet ervoor dat overheidsgeld niet in journalistiek en nieuws wordt geïnvesteerd maar in stenen en apparatuur. De verplichting om radio en/of tv maken betekent in de praktijk dat het grootste deel van het toch al niet zo ruime budget naar vaste kosten voor studio’s, apparatuur, Buma-rechten, kantoren, auto’s, kijk- en luisteronderzoek, zendmasten, overhead en techniek gaat.

Het resultaat is ook dat door traditionele radio en/of tv slechts een klein deel van de inwoners bereikt wordt en dat jongeren nauwelijks kennisnemen van de inhoud. Het aandeel in het totale traditionele media-bereik van lokale omroepen is over het algemeen zo laag dat het niet eens gemeten kan worden. Dat is met het huidige aanbod van tientallen tv-kanalen en een overweldigend radio-aanbod ook niet verwonderlijk. Online nieuws concurreert op de inhoud en komt via ‘search’ en sociale media rechtstreeks bij de burgers. Maar wie alleen online nieuws wil maken, moet dat maar zonder subsidie doen omdat de Mediawet daar niet in voorziet.

Hilversummetje spelen

Waar een lokale nieuwsorganisatie met journalistieke krachten zou moeten worden opgezet, wordt in de praktijk vaak een vrijwilligersorganisatie onderhouden waar plaatjes gedraaid worden. Dat is een keuze van de lokale omroep, maar ook een gevolg van de wettelijke verplichtingen. De wet stamt uit de vorige eeuw en dwingt omroepen Hilversummetje te spelen voor een zakcentje.

Als het expliciet mogelijk zou zijn uitsluitend een digitale lokale nieuwsvoorziening op te zetten, zou dat bij gelijkblijvende kosten een belangrijke impuls voor de lokale journalistiek zijn. Veel belangrijker dan alle subsidies voor journalistiek onderzoek bij elkaar. Met zo’n oplossing wordt namelijk de lokale infrastructuur voor nieuws versterkt. Een infrastructuur die nu duidelijk onder druk staat.

Weeffouten

De huidige mediawet heeft nog meer weeffouten als het om lokale media gaat. De verdeling op basis van huishoudens gaat voorbij aan het feit dat kosten grotendeels ‘vaste kosten’ zijn die los van de omvang van het uitzendgebied gemaakt moeten worden; een vaste voet en een aanvullende financiering op basis van de omvang van het uitzendgebied zou veel logischer zijn.

Geld dat gemeenten niet gebruiken maar wel van de rijksoverheid krijgen om een lokale omroepinstelling te onderhouden, zou trouwens ten goede moeten komen aan gemeenten die wel een lokale omroep financieren. En waarom maar één lokale nieuwsaanbieder subsidie geven? Duidelijk een overblijfsel van de schaarste aan etherfrequenties die online niet bestaat.

Geld erbij voor lokale omroepen is niet de oplossing, een betere verdeling en het opheffen van de radio/tv-verplichting zijn kostenneutraal. Als omroepen vervolgens bewijzen een belangrijke journalistieke speler in een gemeente te zijn, kan de gemeenteraad zelf het budget verhogen of desnoods een concurrent in het leven roepen.

Piet Bakker

Piet Bakker was lector Crossmediale Journalistiek aan de Hogeschool Utrecht.
Profiel-pagina
Nog geen reactie — begin de discussie!