De ombudsman van de Volkskrant, Jean-Pierre Geelen, klonk afgelopen zaterdag in zijn wekelijkse rubriek verbolgen en verbeten. Niet verwonderlijk, want de Volkskrant zou volgens hem beticht zijn van het verspreiden van ‘vooropgezet nepnieuws’. In zijn tekst schrijft Geelen over ‘verontwaardiging’ in ‘de Twittergemeente’ en ‘gretig verspreide kritiek’.

De ‘verontwaardiging’ en ‘kritiek’ betroffen een interview met VVD-Kamerlid Thierry Aartsen, die mocht vertellen over zijn plannen met de cultuursubsidies. De twitteraar die de ombudsman in zijn rubriek met naam noemt is Lars Duursma, oprichter van Debatrix, een bureau dat mensen traint in debatteren en presenteren. De ombudsman duidt hem aan als een ‘strenge lezer’. Deze ‘strenge lezer’ had het volgende getwitterd over het interview met Aartsen:

‘Dat een politieke partij ervoor kiest haar populistische boodschap met leugens te onderbouwen, is al droevig. Dat @volkskrant die leugens – die binnen 1 minuut te factchecken waren – klakkeloos doorgeeft en zelfs tot kop verheft, vraagt om journalistieke reflectie.’

@LarsDuursma op Twitter

In de ogen van Geelen was Duursma met deze tweet de bron van een hoop verontwaardiging op Twitter (‘Alleen de tweet van Duursma al werd gedurende vele dagen 143 keer met zichtbare instemming geretweet en 164 keer ‘leuk’ gevonden’), terwijl het volgens de ombudsman slechts ging ‘om een ‘foutje’ zoals dat bijna dagelijks voorkomt.’

Hoe kijkt Duursma aan tegen het betoog van de Volkskrant-ombudsman? Vindt hij de toelichting over de gemaakte fout toereikend? De Nieuwe Reporter vroeg het hem.

Even terug naar het begin, wat waren je bezwaren tegen het bewuste interview van de Volkskrant met VVD-Kamerlid Aartsen?

“Het artikel bevatte elementaire onjuistheden die binnen enkele minuten gecheckt hadden kunnen worden. In de kop stond groot dat het Concertgebouw 7 miljoen subsidie krijgt en het bloemencorso nul. Dat is twee keer onjuist: het Concertgebouw krijgt 900.000 euro subsidie (niet van het Rijk maar van de gemeente) en bloemencorso’s ontvangen juist wél veel subsidie.

Ter illustratie: de gemeente Katwijk geeft als percentage van de totale begroting zelfs méér subsidie aan het bloemencorso (0,027%) dan Amsterdam aan het Concertgebouw (0,023%). Ik vroeg me in een tweet af hoe het kan gebeuren dat zulke onzin klakkeloos wordt doorgegeven.”

Toelichting op deze cijfers:

De subsidie van de gemeente Katwijk voor het plaatselijke bloemencorso is 46.000 euro per jaar.
De totale begroting van de gemeente Katwijk is 173 miljoen.
Dat leidt tot een percentage van 0,027%.
Op dezelfde wijze kan het percentage in Amsterdam berekend worden.

Je noemde in die tweet @volkskrant en @jpgeelen. Kreeg je daar toen een reactie op van de Volkskrant?

“Ombudsman Jean-Pierre Geelen reageerde heel snel op Twitter, waarvoor ik hem ook publiekelijk complimenteerde. ‘Hier ging iets fout, ja. Ik ben nog in overleg wat te doen en hoe we erop terugkomen.’”

En toen?

“Rond twee uur ’s middags – het artikel stond toen al twaalf uur online en was veelvuldig gedeeld en gelezen – werden twee zaken aangepast: het Concertgebouw werd vervangen door Concertgebouworkest en de bezoekerscijfers van het Bloemencorso bleken er in het artikel bij nader inzien een factor tien (!) naast te zitten: het gaat om een miljoen bezoekers per jaar, en niet honderdduizend.”

De Volkskrant heeft de fouten hersteld. Het probleem is dus opgelost.

“Nou ja, ik vind het bijzonder onzorgvuldig dat je zulke elementaire onjuistheden in een artikel opneemt – zeker omdat het zo makkelijk voorkomen had kunnen worden. Daar komt nog eens bij dat het hier gaat om culturele instellingen die de afgelopen jaren al klap op klap kregen te verwerken en nu uitgerekend via de Volkskrant nog eens een trap na krijgen op basis van onjuiste cijfers.

De schade die je hiermee aanricht als krant, zet je niet recht met een correctie. Kijk maar eens hoe vaak deze onzin verspreid is: in de loop van de dag werden de cijfers bijvoorbeeld klakkeloos doorgegeven door de NOS journaals – iets wat de NOS overigens nog steeds niet gerectificeerd heeft. En op de website van De Telegraaf staan alle foute cijfers gewoon nog doodleuk online.

Het is wat mij betreft een interessant journalistiek vraagstuk: beperkt je verantwoordelijkheid zich bij een journalistieke misser tot het corrigeren van de fout op je eigen medium? Of reikt die verantwoordelijkheid, zeker bij kwaliteitsmedia, nét iets verder? Ik zou het geen slecht idee vinden als de Volkskrant in dit geval ook persdiensten en grote media die het nieuws hebben overgenomen en nog niet gecorrigeerd hebben, attendeert op de fout.”

Wat vond je van het stuk dat de ombudsman over deze kwestie schreef?

“Ik was blij dat de de ombudsman nader inging op de journalistieke fout en meer uitleg gaf over wat er precies fout was gegaan. Maar hij liet wat mij betreft vooral blijken dat hij het zelf lastig vindt goed om te gaan met kritische feedback via Twitter.”

Waar blijkt dat volgens jou uit?

“Iedereen die het stuk leest, zal twee dingen opvallen. Als eerste het bagatelliseren van de journalistieke fout. Hij heeft het over een ‘foutje’ dat hij typeert als ‘onbeduidend’. Het tweede dat opvalt is het dedain naar de kritische lezer. De ombudsman houdt niet zo van kritische lezers, zo blijkt. Vooral niet als ze hun kritiek uiten op Twitter.”

Wat vind je ervan dat hij jouw tweets centraal stelt in zijn stuk?

“Dat verbaast me enigszins, want hij zegt bijvoorbeeld niets over de corrigerende tweet van het Concertgebouw zelf die bijna vijf keer zo veel werd gedeeld. Ik denk dat hij over mij schrijft omdat ik een constructieve dialoog met hem opzocht door hem te taggen in mijn tweet. Ik signaleerde een journalistieke fout, bekritiseerde verder vooral de VVD en nodigde vervolgens de ombudsman uit tot journalistieke reflectie.

Dat kun je zo te zien maar beter niet doen, als het aan deze ombudsman ligt. In z’n stuk lijkt hij meer geïnteresseerd in wie de kritiek uit dan waar die kritiek over gaat. Hij legt me bovendien woorden in de mond. Zo suggereert zijn titel dat ik de Volkskrant als kritische lezer beschuldigde van ‘nepnieuws’, terwijl ik dat woord — een buitengewoon onproductieve term — juist bewust mijd.”

Valt je nog meer op in het stuk van de ombudsman?

“Uit het stuk blijkt dat Thierry Aartsen zijn cijfers al eerder niet op orde had. Op zo’n moment kun je je natuurlijk afvragen waarom de Volkskrant hem dan zo’n groot podium geeft. Als een willekeurig andere bron persberichten vol onjuistheden verspreidt, dan neem je dat als journalist ook niet over — zelfs niet als de bron later met correcties komt. Je kunt je zelfs afvragen of het werkelijke nieuws in dit geval niet zou moeten zijn dat de cultuurwoordvoerder van de grootste partij van het land een week voor het cultuurdebat zijn cijfers niet op orde heeft. Nu bleef dit in het stuk volledig onbenoemd.”

Ik vond het opvallend dat de verslaggever het checken achterwege liet toen de VVD tijdens de autorisatie van het interview met nieuwe cijfers kwam. ‘Omdat de VVD er zelf mee kwam en de partij voor schut zou staan wanneer dat niet klopte.’ Wat vind je daarvan?

“Ik vind dat een merkwaardige redenering die weinig te maken heeft met de primaire taak van een journalist: waarheidsvinding. Júist bij interviews met politici is het zaak om te checken of alles klopt, de geïnterviewde heeft er immers belang bij cijfers zo te spinnen of verdraaien dat deze zijn boodschap optimaal versterken.

Op dat gebied vond ik het interview sowieso weinig kritisch. Thierry Aartsen bepleitte dat volkscultuur meer subsidie moet krijgen en noemde als voorbeelden ringsteken en carbidschieten. Een kilo carbid kost vier euro en is goed voor twintig knallen. Is het te veel gevraagd als journalist om dan even te informeren wat je daar in hemelsnaam aan wilt subsidiëren?”

Heb je nog een tip voor de ombudsman?

“Probeer open te staan voor kritiek en neem deze serieus. Kijk niet alleen wie de kritiek uit maar vooral ook waar die kritiek over gaat. Wat dat betreft kan hij wellicht eens kijken naar zijn collega’s bij NRC. Ik verzorg daar regelmatig analyses op het gebied van communicatie – zoals recensies van de Troonrede en adviezen aan politici – en publiceer artikelen over het functioneren van journalistiek. De redactie daar moedigt me steevast aan niet enkel anderen te analyseren maar vooral ook kritisch te kijken naar de verslaggeving van NRC. Niet omdat de journalisten het daar altijd leuk vinden om te horen. Wel omdat ze er graag van leren.”

lees ook:

“Ik heb niets tegen kritiek op Twitter, maar er zit veel selectieve verontwaardiging tussen”

Volkskrant-ombudsman reageert op kritiek: "Wat mij ergert is de onwil om in te zien dat de meeste fouten berusten op slordigheid en snelheid."

Alexander Pleijter

Hoofdredacteur

Alexander Pleijter is hoofdredacteur van De Nieuwe Reporter. Hij werkt als universitair docent Journalistiek en Nieuwe Media aan de …
Profiel-pagina
Al één reactie — discussieer mee!