Als ik mijn essay ‘Datadictatuur’ in één zin zou moeten samenvatten, dan zou het zijn: laten wij het internet temmen voor het internet ons temt. Het internet is de enige industrie ter wereld die nagenoeg niet gereguleerd is. In ‘Datadictatuur’ reconstrueer ik hoe dat zo gekomen is. De eenvoudigste verklaring: het internet is een neoliberaal project. Bij geboorte van het internet heeft men de omstandigheden gecreëerd zoals zij waren aan het begin van het olietijdperk: laat de pioniers met rust, geef ze de ruimte en des te sneller zullen zij deze zegenrijke technologie tot bloei brengen.

Zo ontstond begin twintigste eeuw het oliekartel (‘trust’) van John D. Rockefeller, Standard Oil, het grootste industriële conglomeraat ooit, een massief, ongereguleerd monopolie met volledige controle over het levensbloed van de economie: olie. Vervang het woord ‘olie’ door ‘informatie’ en je hebt de geschiedenis van het internet.

Ook ten tijde van de vorming van Standard Oil waren er mededingingswetten in Amerika, zij werden alleen niet gehandhaafd, tot Theodore Roosevelt Standard Oil in 1906 voor de rechter bracht. Olie werd té belangrijk voor de samenleving om de productie en distributie volledig over te laten aan private enterprise en niet wettelijk te reguleren. Data zijn de nieuwe olie, wordt wel gezegd, dus Big Tech is het nieuwe Standard Oil. Niet voor niets worden Facebook, Google en Amazon ook wel aangeduid als The Web Trust.

In de jaren tachtig werd de Amerikaanse anti-trustwetgeving te slapen gelegd, het laisser faire regeerde, maar zoals in ‘Datadictatuur’ beschrijf tekent zich in Washington sinds kort een hernieuwde belangstelling af voor trustbusting, het doorbreken van kartels. De Democraten wonnen er honderd jaar geleden immers verkiezingen mee?

Het bedorven internet

Bij de presentatie van ‘Datadictatuur’, onlangs tijdens een speciale avond in Pakhuis De Zwijger in Amsterdam, debatteerde ik over dit onderwerp met Marleen Stikker. In het boek citeer ik haar uitspraak dat het internet in 25 jaar ‘bedorven’ is, en dat het misschien wel net zo lang zal duren om het weer gezond te maken. Dat wil zeggen: om het te onderwerpen aan publieke waarden en democratische controle. Stikker is directeur van Waag, een denktank over technologie en samenleving, zij was medegrondlegger van de Digitale Stad en is dé Nederlandse vertegenwoordiger van het idealisme uit die begindagen, het internet als een democratisch publiek domein, met zijn eigen ‘soevereiniteit’.

Kkuitenbrouwer – Datadictatuur@1.indd

Stikker sprak lovende woorden over mijn boek, noemde het ‘belangrijk’ en ‘noodzakelijk’, maar zij had ook aanmerkingen. ‘Datadictatuur’ is een pleidooi om een eind te maken aan de speciale voorechten die de techindustrie geniet, een erfenis van toen zijn nog kwetsbare startups waren, om cyberspace niet langer te behandelen als een buitenaards gebiedsdeel en te reguleren als elke andere industrie. Of, beter nog, in sommige gevallen, als een nutsvoorziening, onderdeel van de publieke infrastructuur. Stikker had in het boek graag meer aandacht gezien voor wat organisaties als Waag doen: het ontwikkelen van alternatieven.

Maatschappelijke idealen delven het onderspit

Fundamenteel nadenken over de maatschappelijk verantwoorde toepassing van technologie is uiteraard heel nuttig, uit dat soort denken is het internet ook voortgekomen, maar het is niet voor niets dat die beweging sindsdien ernstig gemarginaliseerd is. Het economisch potentieel van digitale technologie is zo kolossaal, maatschappelijke idealen blijven in zo’n commerciële schokgolf zelden overeind.

De internetindustrie bestaat uit bedrijven voor wie ‘making the world a better place’ nog slechts een holle PR-frase is, terwijl er in werkelijkheid een keihard kapitalistisch spel gespeeld wordt met als inzet groei, winst en een gezonde beurskoers, en uit bedrijfjes die ernst maken met hun idealen en een marginaal bestaan leiden. Het is logisch: je hoeft echt niet zo heel veel talent te hebben om in de tech-wereld heel veel geld te verdienen, tegen die verleiding zijn niet zoveel mensen bestand.

Marleen Stikkers oude kompanen uit de tijd van computertijdschrift Hack-tic en de Digitale Stad waren ook de oprichters van XS4All, dat zij in 1998 verkochten aan KPN, het voormalige staatsbedrijf waarmee zij het als hackers geregeld aan de stok hadden. De argumenten waren geijkt: schaal, marktontwikkelingen, synergie, niemand leeft op een eiland, enzovoorts. En, o ja, 120 miljoen voor de oprichters.

Luxe liefhebberij

Voor een boer hoeft de omschakeling naar biologische landbouw geen financieel offer te zijn, sterker, velen doen het uit commerciële overwegingen. Hoe meer boeren en producenten dat doen, hoe goedkoper biologische producten worden, hoe groter het marktaandeel, enzovoorts. Zo werkt het in de digitale industrie niet: wie daar voor het ideële alternatief kiest, zegt ‘nee’ tegen een flinke zak geld.

En dan is er nog de zogeheten killzone: elke startup die maar enig potentieel vertoont wordt door Big Tech direct opgekocht, gestript voor onderdelen of zelfs dat niet en integraal in de ijskast gezet.

Natuurlijk moet er gewerkt worden aan alternatieve technologie, maar veel meer dan een luxe liefhebberij van de happy few zal het niet gauw worden. Neem de Fairphone, een mens- en milieuvriendelijke mobiele telefoon, in Nederland ontwikkeld, mede door Waag. (Een schitterend product, overigens, al is het mij een raadsel waarom het met Android werkt, onderdeel van megamonopolist Google.) In de vijf jaar die het kostte om 200.000 Fairphones te verkopen (optimistische schatting), werden wereldwijd in totaal ongeveer 1 miljard smartphones geproduceerd. Dat komt neer op een marktaandeel van 0,02 procent.

De overige 99,98% kan intussen ongehinderd door Big Tech worden gemanipuleerd. De enige manier om daar iets aan te veranderen, is met regulering. Daarom ligt daar het accent op in ‘Datadictatuur’. Want, zoals de koppenmaker van NRC het boek in één zin nóg beter samenvatte: ‘Als wij het internet vrij laten, neemt het ons gevangen.’

Jan Kuitenbrouwer (2018). Datadictatuur: Hoe de mens het internet de baas blijft. 128 pagina’s. Uitgever: Prometheus.

Jan Kuitenbrouwer

Jan Kuitenbrouwer is freelance journalist, columnist en schrijver.
Profiel-pagina
Al één reactie — discussieer mee!