Tijdens de gemeenteraadsverkiezingen in 2018 heeft een team onderzoekers van de TUDelft de invloed van digitalisering op de Nederlandse parlementaire democratie onderzocht. Hierbij is gekeken naar de rol van politieke micro-targeting, naar bots en algoritmes, en naar het politieke debat op Twitter.

In vergelijking met andere landen gaat het in Nederland relatief goed. Er is weinig invloed van fake news of van Twitter-bots, en gebruikers gaan in gelijke mate interactie aan met alle politieke partijen. Vooral aan nieuwe partijen biedt dit voordelen. Dat is goed voor een democratie zoals de onze, waarin het vertrouwen in media internationaal gezien heel hoog is en nieuwe partijen door lage kiesdrempels makkelijk parlementen kunnen betreden. In tweepartijenstelsels zoals de VS werkt zulke interactie minder goed, en zet het juist grote traditionele politieke partijen onder ongekende druk.

Micro-targeting

Het gebruik van politieke micro-targeting is flink toegenomen. Commerciële bedrijven spelen de grootste rol in het faciliteren van politieke micro-targeting. Ze verzamelen persoonlijke data, bieden ongekende advertentiemogelijkheden aan en ontwikkelen modellen die kiesgedrag zeggen te kunnen voorspellen. Deze doorgeschoten technologische privatisering van onze publieke ruimte is voor alle landen zorgwekkend. Zo kan een situatie zich voordoen waarin verkiezingen niet door kiezers, maar door geld beslist worden, en kunnen de regels die we met elkaar afspreken over hoe eerlijke en evenwichtige debatten rondom verkiezingen te houden opgeslokt worden door ondoorzichtige private bedrijven.

In landen waar de rol van private technologiebedrijven in de media groter is, zien we dan ook dat het vertrouwen in democratie als bestuursvorm razendsnel afneemt. Het gebruik van big data-modellen, trackers en persoonlijke data door bedrijven kan democratie en autonomie zo ondermijnen, en maakt nu al politieke micro-targeting mogelijk die ver voorbijgaat aan wat burgers acceptabel vinden. De overheid zou het heft meer in handen kunnen nemen bij het faciliteren van de nieuwe GDPR-regels voor burgers, door bijvoorbeeld een portal te creëren waarin burgers zelf al hun online privacyvoorkeuren aan alle bedrijven door kunnen geven, en al hun verzamelde persoonlijke data centraal kunnen inzien.

Ondoorzichtige algoritemes

Ook in Nederland zijn er zorgen. Onderzoek naar het aanbevelingsalgoritme van YouTube heeft aangetoond aan dat video’s van de PVV en het Forum voor Democratie drie keer zo vaak worden aanbevolen dan video’s van alle andere politieke partijen tezamen. De weinige bots die er zijn richten zich voornamelijk op rechts-conservatieve partijen, en bedreigen dus vooral hún achterban. De bots richten zich vooral op de actoren die op dit moment online de meeste invloed hebben, om zo het debat maximaal te beïnvloeden.

Wanneer, net als in het publiek omroepbestel, waarde wordt gehecht aan een gebalanceerd media-aanbod, zijn zulke online vertekeningen zorgwekkend. In de afgelopen 10 jaar is er ongeveer 760 miljoen aan advertentie-inkomsten verdwenen uit Nederland, en het is op deze basis dat er dit jaar wederom 22 miljoen wordt bezuinigd op de publieke omroep. De Europese Commissie is gelukkig met een digitaal belastingplan gekomen om deze onbalans te corrigeren, maar deze kan pas op zijn vroegst in 2020 in werking treden.

Tot die tijd zijn democratieën overgeleverd aan de grillen van ondoorzichtige algoritmes, onverantwoordelijk journalistiek gedrag van commerciële platformen, en een journalistieke sector die druk ondervindt van almaar krimpende middelen. De rol van Facebook is daarnaast van groot belang. Ze is een spin het web, maar te ondoorzichtig.

Maatschappelijk verantwoorde innovaties

Het is van groot belang dat de kansen die digitalisering wel degelijk biedt voor democratie beter worden benut. Digitale platformen moeten meer verantwoordelijkheid nemen in het gebalanceerd aanbieden van politieke informatie, en traditionele mediaorganisaties zoals omroepen moeten zich meer online begeven. Deze twee zouden elkaar, ook financieel, moeten aanvullen.

Daarnaast moeten politieke partijen zich digitalisering toe-eigenen door zelf te werken aan digitale omgevingen, om hun afhankelijkheid van buitenlandse commerciële spelers te beperken. Ook journalistieke actoren zouden zich meer moeten toeleggen op zulke ‘maatschappelijk verantwoordelijk innovaties’, waarin de positieve aspecten van digitalisering, zoals de uitbreiding van de vrijheid van meningsuiting en de toegenomen participatie van burgers in meningsvormingsprocessen en feitenvinding, kunnen worden omarmd.

Wikipedia

Een ontwerp dat wel goed werkt is bijvoorbeeld het Wikipedia-model, waarin gebruikers samen hun inbreng tot een hoogwaardige vorm van kennis kunnen omzetten. Kranten en nieuws-websites zouden ook deze vorm van sociale participatie in het schrijven van artikelen kunnen aanmoedigen, door gebruikers onderdelen van stukken te laten flaggen, liken, redigeren of bevragen.

Deze veranderingen worden dan aan journalisten voorgelegd. Dat kan, zoals op Wikipedia, echt voor beter nieuws zorgen, en bij politieke partijen echt tot betere wetgevingsprocessen.

Het onderzoek is mede mogelijk gemaakt door een subsidie van de Staatscommissie Parlementair Stelsel.

Haye Hazenberg

Dr. Haye Hazenberg is postdoctoraal onderzoeker, werkzaam aan de faculteit Technologie, Beleid en Management van de TU Delft.
Profiel-pagina
Nog geen reactie — begin de discussie!