In hun knappe VVOJ-essay, in verkorte vorm gepubliceerd door NRC, moedigen Investico-redacteuren Jeroen Trommelen en Thomas Muntz hun collega’s aan vooral niet te veel en te nadrukkelijk op zoek te gaan naar ‘impact’. Dit zou namelijk ten koste gaan van het meest essentiële ingrediënt voor goede journalistiek: nieuwsgierigheid.

Uitzoeken hoe het zit, eventuele missstanden blootleggen, dat is ‘impact’ genoeg voor een journalist, betoogt het tweetal. In hun essay wordt de verklaring voor dit streven naar impact gezocht bij de opkomst van ‘constructieve journalistiek’. Journalistiek die er naar streeft een constructieve bijdrage te leveren aan de samenleving waar zij verslag van doet. Dat streven zou een ongewenste vooringenomenheid met zich meebrengen.

Zowel in mijn vorige rol als adjunct-hoofdredacteur bij De Correspondent als, tegenwoordig, journalistiekdocent bij Hogeschool Windesheim te Zwolle ben ik een overtuigd pleitbezorger van deze journalistieke beroepsopvatting. Daarom klim ik graag even in de pen op hun essay te reageren.

Elk journalistiek product heeft impact

Nu is het verleidelijk om te reageren met ‘jullie hebben het niet begrepen, laten we het nog eenmaal uitleggen’. Want op Hogeschool Windesheim en op andere plekken waar ik trainingen verzorg hamer ik júist op constructieve journalistiek als extra uitzoekwerk, bovenop het uitzoeken van de essentiële vijf W’s: Wie, Wat, Waar, Wanneer, Waarom.

We vragen op Windesheim onze studenten om door te vragen naar wat er aan een maatschappelijk probleem of misstand wordt gedaan. We vragen ze om de vraag ‘Wat nu?’ toe te voegen aan hun journalistieke repertoire, in plaats van alles alleen nog maar door een constructieve lens te bekijken. De tegenstelling tussen ‘oplossen’ en ‘uitzoeken’ is er dus een die ik niet uit de praktijk herken.

Ook het idee dat streven naar impact een doel op zichzelf zou zijn, herken ik niet. Wel maken we studenten en collega’s bewust van het feit dat élk journalistiek product impact heeft, of je daar nu naar streeft of niet. Als een regionale omroep in 80% van haar berichten over criminaliteit rept, heeft dat invloed op het gevoel van veiligheid van burgers. Daarom is het óók je taak om je bewust te zijn van de rol die je hebt als journalist. Je bent geen neutraal doorgeefluik, maar jouw keuzes dóen er toe.

Het hoe en waartoe van de journalistiek

Mits goed uitgevoerd en onderwezen levert dat juist nieuwsgieriger journalisten op. Sterker nog: geslaagde constructieve journalistiek is net zo serieus en rigoureus in het blootleggen van maatschappelijke problemen als in het analyseren van de interventies die deze problemen proberen te verhelpen. Wie over eerlijke handel bericht moet bijvoorbeeld júist op zoek naar wat de beste manier is om dit te bevorderen. En of die keurmerken die in het leven zijn geroepen bijvoorbeeld doen wat ze beloven en wat de pleitbezorgers van eerlijker handel hebben opgestoken van hun jarenlange lobby.

Maar ik geloof niet dat zo’n repliek de bezwaren van de heren hiermee overtuigend wegneemt. Liever zou ik die geformuleerde bezwaren dan ook gewoon laten staan. Want ja, constructieve journalistiek brengt – zoals elke reflectie op ons vak– inderdaad mogelijke valkuilen, eenzijdigheden en blinde vlekken met zich mee. En het is eigenlijk wel prettig om daar zo nu en dan eens op gewezen te worden.

Sterker nog: constructieve journalistiek is voor alles een wereldwijd gesprek over het hoe en waartoe van de journalistiek en geen ideologie die te vuur en te zwaard moet worden verdedigd. Ik verwelkom het essay van Trommelen en Muntz dan ook als een belangrijke bijdrage aan dit gesprek.

Is alle constructieve journalistiek constructief?

Wat de discussie vaak vertroebelt is dat niet alles dat constructieve journalistiek lijkt te zijn dat daadwerkelijk is. Of, zoals elke journalistieke stroming, er zijn geslaagde en minder geslaagde voorbeelden te geven.

In een bijzonder nuttig artikel op de website van het Solutions Journalism Network – de Amerikaanse evenknie van het Europese Constructive Journalism Network – worden zeven voorbeelden genoemd van journalistiek die zich voordoet als constructieve journalistiek, maar de plank niettemin net misslaat.

Journalistiek waarin eenzijdig een held op een voetstuk wordt geplaatst, bijvoorbeeld, of artikelen waarin één oplossing als ‘silver bullet’ voor een groot probleem gepostuleerd wordt. Of denk bijvoorbeeld aan ‘denktank’-journalistiek waarin oplossingen worden opgevoerd die nog niet bestaan en dus nog niet door de realiteit getest zijn. Ook van ‘instant activisme’, ofwel artikelen met een doneer- of petitieknop op het einde wordt in het artikel nadrukkelijk afstand genomen.

De belangrijkste toetssteen voor goede constructieve journalistiek, zo leer ik ook aan mijn studenten, is deze: ben je net zo nieuwsgierig naar de oorzaken en gevolgen van een probleem als naar wat daar mogelijk aan gedaan kan worden?

Geslaagde voorbeelden van constructieve journalistiek

Wat zijn dan wél geslaagde voorbeelden van constructieve journalistiek? Die vind je juist in de onderzoeksjournalistiek. Zo wil ik toch de ook in het essay van Muntz en Trommelen aangehaalde De Correspondent-producties van Jesse Frederik over de schuldenindustrie. Pas na een dik jaar diepgravend onderzoek naar de structurele oorzaken van de Nederlandse schuldencrisis ging hij op zoek naar mogelijke oplossingen. Deze oplossingen hield hij – samen met zijn publiek – ook beleidsmakers voor middels het Schuldvrij-manifest.

Zijn verhalen hadden hoe dan ook impact, maar in plaats van zijn publiek achter te laten met een machteloos gevoel gaf hij hen iets in handen om – samen met hem – de macht beter te controleren. Hij verleent als het ware nazorg voor zijn publiek. Wanneer deze oplossingen worden geïmplementeerd wordt het interessant om uit te zoeken of deze oplossingen hun belofte waarmaken.

Wat dat betreft is de berichtgeving van Jesse’s collega Rutger Bregman over het basisinkomen een goed voorbeeld. Hij begint met het signaleren van de tekortkomingen van de verzorgingsstaat zoals die is, introduceert vervolgens een mogelijke oplossingsrichting – het basisinkomen – maar blijft vervolgens kritisch monitoren in hoeverre de experimenten die daar wereldwijd mee gedaan worden uitpakken als beloofd. Een oplossing is voor een constructieve onderzoeksjournalist weinig anders dan een werkhypothese die in de werkelijkheid moet worden getoetst. Als de werkelijkheid anders uitpakt dan verwacht bericht een goede constructieve journalist daar vanzelfsprekend net zo goed over.

Een goed voorbeeld van deze werkwijze is te zien in een ander artikel op De Correspondent: Maite Vermeulens stuk over door de EU gefinancierde cursussen voor teruggekeerde migranten in Nigeria. Dat stuk is praktisch lesboek materiaal voor constructieve journalisten in opleiding. Ze schetst eerst uitvoerig en indringend het probleem (migranten keren depressief terug naar huis), vervolgens de geboden oplossing (cursussen om je leven opnieuw in te richten) om tenslotte op basis van haar journalistieke bronnen tot een gewogen oordeel over die oplossing te komen. De oplossing werkt, zo concludeert ze, maar lijkt tegelijk een nieuw probleem te scheppen: jaloezie onder degenen die níet getracht hebben Europa te bereiken maar wél de cursus zouden willen krijgen

Nadenken over impact van onthullingen

Laat ik ten slotte duidelijk zijn. Dat onderzoeksjournalistiek in voorkomende gevallen tot onthullingen leidt die populisten in de kaart speelt, zoals Joris Luyendijk eerder dit jaar signaleerde, is geen reden om daar van af te zien. Wél lijkt het me nuttig om je als onderzoeksjournalisten af te vragen welke reacties je met je onthullingen oproept bij het publiek. Wat voor impact je precies hebt.

Dáármee kun je als constructieve journalist het verschil maken. Bijvoorbeeld door incidenten die je aan het licht brengt goed in context te zetten. Signaleer je ergens fraude? Vertel er dan óók bij wat daar aan gedaan wordt en of die pogingen een beetje succesvol zijn. Ben je – zoals ikzelf geregeld in mijn journalistieke werk – een misstand in een kerk op het spoor? Laat dan óók zien of dit een marge- of een mainstreamverschijnsel is.

De manier om populisten de wind uit de zeilen te nemen is, lijkt me, júist niet door een andere kant op te kijken, maar door het héle verhaal over de werkelijkheid te vertellen. Om te laten zien dat tegenover elke schurk een held staat, tegenover iedere boef een klokkenluider en tegenover iedere ramp een plan om dit te voorkomen.

Want of je die nu zoekt of niet: impact héb je, als journalist. Soms groot, soms nauwelijks merkbaar. Maar toch. En dus ook de verantwoordelijkheid over het sóórt impact dat je op de wereld achterlaat. Trommelen en Muntz zijn van harte welkom om daar – bijvoorbeeld op ons volgende CoJo Café, 14 december te Zwolle – met ons over te spreken.

Lees het VVOJ-essay van Jeroen Trommelen en Thomas Muntz op nrc.nl: Journalist, los niet op, maar zoek uit.

Lees meer over constructieve journalistiek op de website constructievejournalistiek.nl van Hogeschool Windesheim .

Karel Smouter

Karel Smouter (1983) is parttime docent Journalistiek op Hogeschool Windesheim te Zwolle. De andere helft van de week schrijft hij voor …
Profiel-pagina
Al 5 reacties — discussieer mee!