In de digitale werkomgeving met een continue behoefte aan updates moeten journalisten 24/7 bereikbaar en inzetbaar zijn. Geldt dit al voor ‘gewone’ journalisten, buitenlandcorrespondenten, die zo’n beetje alles wat nieuwswaardig is moeten coveren, zijn continue bezig. Sterk op zichzelf aangewezen, in een vreemde en soms gevaarlijke omgeving maken deze journalisten zeer lange werkdagen.

Hoeveel moois dit beroep ook brengt, sommigen ervaren het alsof ze geleefd worden. Dan kan het voorkomen dat je fouten gaat maken, figuurlijke bochten wilt afsnijden door bijvoorbeeld niet voldoende te checken of door verhalen of bronnen te gaan bedenken. De meeste correspondenten houden zich staande, maar sommigen dus niet.

Vooraanstaand China-correspondent Oscar Garschagen verzon verhalen of bronnen om maar aan de dagelijkse behoefte aan artikelen tegemoet te komen. Oud-Japan-correspondent Wouter van Cleef beëindigde zijn correspondentschap omdat hij alleen nog maar met journalistiek bezig was en de druk hem te hoog werd. Het probleem van de werkdruk was ook het onderwerp tijdens de NOS-correspondentdagen in 2017. Correspondenten vallen namelijk niet alleen uit door de stress die het werk met zich meebrengt, maar ook door de gevaren waar zij soms mee te maken krijgen.

Gelukkig is uitval een uitzondering, ondanks de werkdruk weet de meerderheid zich staande te houden. Hoe doen ze dit? Marlou van den Broek, masterstudent Journalistiek & Media (Erasmus Universiteit) werd begeleid door docent Bernadette Kester en onderzocht deze vraag. Zij ontdekten dat buitenlandcorrespondenten vooral effectief zijn doordat ze (moeilijke) situaties makkelijk kunnen relativeren en doordat ze veel steun ontvangen van collega’s.

Meer nieuws met minder journalisten

De grens tussen een acceptabele werkdruk en een te hoge werkdruk is voor journalisten in het huidige medialandschap steeds meer aan het vervagen. Onderzoek wijst uit dat veel journalisten te lijden hebben van een te hoge werkdruk.

De vraag of de werkdruk ook hoger is geworden binnen het beroepsveld van de buitenlandjournalistiek, is niet eerder onderzocht. Daarnaast wilden we weten hoe correspondenten zelf reflecteren op hun werkdruk, omdat uit eerder onderzoek bleek dat er een taboe heerst op werkdruk onder journalisten – journalisten horen immers stressbestendig te zijn. Vandaar de open onderzoeksvraag:

Hoe ervaren huidige buitenlandcorrespondenten hun werkdruk?

Om deze vraag te kunnen beantwoorden zijn in het voorjaar van 2018 zeventien buitenlandcorrespondenten geïnterviewd.

Altijd beschikbaar

De meeste stress ervaren correspondenten door de onvoorspelbaarheid van het nieuwsritme. Zij zijn doorgaans de enige die voor hun nieuwsorganisatie(s) op een bepaalde locatie verantwoordelijk zijn voor het coveren van nieuws en achtergronden.

Wat onderwerpen betreft moet een correspondent all round zijn en zowel over politieke als economische en culturele ontwikkelingen berichten. Een correspondent werkzaam in een Europees land verwoordt een algemeen gedeelde ervaring:

“Ik sta gewoon zeven dagen per week, 24 uur per dag aan. Het correspondentschap is niet gewoon een baan. Het is een soort way of life. Bijna alles staat in dienst van het correspondentschap.”

Dat dus ook het privéleven van correspondenten lijdt onder de mentale belasting die deze arbeidsomstandigheden met zich meebrengen, spreekt bijna voor zich. Altijd beschikbaar moeten zijn maakt deze journalisten ‘onbetrouwbaar’. Dat wil zeggen, het thuisfront weet nooit wanneer er op ze gerekend kan worden. Bovendien maakt men zich zorgen wanneer hij of zij onder gevaarlijke omstandigheden werkt. Deze spanningen slaan ook over op de correspondent zelf. Thuis is op die manier niet meer echt een plek om te ontspannen.

Vooral correspondenten die werkzaam zijn in westerse landen en grote wereldmachten zien het onvoorspelbare nieuwsritme als een bepalende factor voor de werkdruk. Immers, omdat deze (elite)landen nieuwswaardiger zijn dan de perifere regio’s worden deze journalisten vaker geacht nieuws aan te leveren. Dit betekent onregelmatige werktijden, meer deadlines en lange werkdagen.

Daarbij komt nog dat correspondenten in de Amerika’s in een andere tijdzone leven. Het nieuws in Nederland loopt minstens vijf uur voor. Hierdoor hebben zij vaak minder tijd hebben om hun verhaal rond te krijgen. Sommigen moeten voor 6.00 uur ’s morgens uit de veren:

“Je loopt hier een beetje achter de feiten aan.”

Deadlines

Een correspondentschap krijg je niet zomaar in de schoot geworpen en veel journalisten hebben dan ook een groot verantwoordelijkheidsgevoel. Dit leidt bij sommigen tot psychische druk. Ze geven hun werk liever niet uit handen en nemen daardoor soms teveel hooi op hun vork. Niet op tijd leveren is taboe. Toch ondervinden zij ook vaak steun aan elkaar:

“Je kunt behoorlijk met elkaar samenwerken, je hebt elkaar soms ook gewoon heel erg nodig. Dat maakt die lijndruk ook wel wat minder.”

Het werken in onrustige gebieden veroorzaakt wel vaak extra stress. Een correspondent uit het Midden-Oosten vertelt over een periode met veel aanslagen en bombardementen:

“Je (wist) gewoon niet wat er de volgende minuut ging gebeuren, ook niet ’s nachts. En onder die omstandigheden moest ik wel werken, want ik moest die deadlines halen.”

Onzekerheid

Correspondenten geven aan dat de recente veranderingen in hun vak veel onzekerheid met zich meebrengen. Vooral degenen die al langer journalist zijn, voelen zich niet altijd zeker van hun zaak. Een correspondent in Kenia vertelt:

“Ik ben vaak nog steeds verward over wat er nu wel en niet in de krant moet. Stukken die ik vroeger feilloos in de krant zou krijgen – misschien wel op de voorpagina – krijg ik er nu niet meer in. Die stukken zijn nu blijkbaar te ingewikkeld.”

Veel correspondenten denken dan ook dat de interesse voor buitenlands nieuws is veranderd, zeker wanneer het gaat om landen in de periferie. Correspondenten die in deze zogenaamd minder nieuwswaardige landen werken, ervaren die onzekerheid als extra stress. Zij moeten immers meer moeite doen om een artikel gepubliceerd te krijgen. Overigens blijkt uit de interviews dat freelancers vaker stress en onzekerheid ervaren dan correspondenten in vaste dienst.

Een extra obstakel waar freelance buitenlandcorrespondenten tegenaan lopen is dat ze logistieke zaken zelf moeten regelen. Correspondenten moeten voor hun nieuws vaak afstanden afleggen in soms moeilijk begaanbaar gebied. Deze logistieke zaken worden voor vaste correspondenten beter geregeld dan voor freelancers. Freelancers kunnen zo in tijdnood komen. Een correspondent in Oeganda vertelt:

“Je bent heel veel tijd kwijt aan allerlei gedoe. Soms moet ik wel tien keer naar de ambassade voordat ik een keer het land in mag.”

Wanneer is de grens bereikt?

Omdat de werkdruk voor correspondenten zo hoog ligt, kun je de vraag stellen hoe ze het eigenlijk volhouden. Uit de interviews blijkt dat de grens van correspondenten qua werkdruk pas is bereikt wanneer zij fysiek last ervaren of wanneer persoonlijke factoren een rol gaan spelen.

Correspondenten kennen door hun gedrevenheid namelijk geen mentale rem, maar intussen raakt hun lichaam wel vermoeid. Door lichamelijke signalen zoals hartkloppingen beseften sommigen dat ze nu echt rust moesten nemen. Een correspondent zegt:

“Het is niet vol te houden om op ieder verzoek van de opdrachtgever in te gaan, maar in het begin wilde ik dat wel. Totdat er iets in mijn hartstreek begon te trillen. Pas toen heb ik mezelf vrij gegund.”

Bij degenen die zich het meest geleefd voelen door het nieuwsritme is het moeilijker te ontdekken waar hun (mentale) grens ligt. Door de adrenaline denderen ze maar door en ontdekken vaak te laat wanneer de druk ook psychisch te zwaar wordt. Ondanks dat een groot deel van de geïnterviewden tegen hun grenzen aanliepen, willen ze nog niet stoppen. Daarvoor zijn ze te zeer gehecht aan hun vrijheid en de flexibele werkomstandigheden.

Om de werkdruk toch acceptabel te houden, suggereren correspondenten zelf dat je ontspanning moet zoeken, bij tijdgebrek je taken moet uitbesteden, duidelijker je grenzen moet aangeven en dat je moet stoppen als het niet meer lukt. Opvallend is dat zij niet erg geneigd zijn hun eigen suggesties op te volgen. Ook al liepen sommigen tegen hun grenzen aan, stoppen is meestal geen optie.

Ze zijn dus behoorlijk streng voor zichzelf. De werkdruk op zich blijkt geen reden om hun correspondentschap te beëindigen. Wel is uitputting bij sommigen meerdere keren de reden is geweest om tijdelijk te stoppen. Onze conclusie is dat op dit punt correspondenten een gebrek hebben aan professionele zelfreflectie…

"Gewoon geen gelul"

Een Nederlandse journalist in Latijns Amerika vatte het correspondentschap als volgt samen:

“Je wordt geacht alles te kunnen: je moet alle onderwerpen kunnen dekken, je moet technisch zijn, je moet je talen spreken, je moet stressbestendig zijn, flexibel, creatief, georganiseerd, goed op de hoogte, en je moet weten hoe je een verhaal vertelt”.

Correspondenten houden zich in dit beroepsveld staande doordat ze (moeilijke) situaties goed kunnen relativeren en doordat ze veel steun ontvangen van collega’s. Hun positieve, wilskrachtige en nuchtere instelling maakt dat ze niet snel opgeven. De soms moeilijke omstandigheden waaronder zij moeten werken “horen bij het vak”. Of, zoals een andere correspondent zegt:

“Gewoon geen gelul, over het algemeen is het alleen maar leuk. Je mag overal binnenkijken en je mag overal heen. Het is echt te gek”.

Marlou van den Broek

Marlou van den Broek deed de master Media en Journalistiek aan de Erasmus Universiteit Rotterdam. Binnenkort gaat ze aan de slag bij Omroep …
Profiel-pagina

Bernadette Kester

Bernadette Kester is universitair docent Journalism Studies bij Media & Communication aan de Erasmus Universiteit Rotterdam. Ze is …
Profiel-pagina
Nog geen reactie — begin de discussie!