De toenemende verspreiding van (online) mis- en desinformatie is een potentiële bedreiging voor onze democratie. Als er veel onjuiste informatie circuleert, beschikken burgers niet over de juiste kennis om accurate politieke beslissingen te nemen. Hoe kunnen kiezers stemmen op de partij die hun belangen het beste vertegenwoordigd, als onduidelijk is of zij de waarheid vertellen? Hoe kunnen burgers de juiste partijen verantwoordelijk houden als politici elkaar onterecht de schuld geven van diverse maatschappelijke problemen?

De online mediaomgeving en desinformatie

Het probleem van desinformatie wordt versterkt doordat ons mediagebruik zich steeds meer verplaatst naar internet. Online kunnen burgers zelf een selectie maken in de schijnbaar onbeperkte stroom aan informatie van diverse bronnen. Burgers kiezen niet langer uit een selectie van geverifieerd nieuws dat volgens journalistieke standaarden wordt geproduceerd, maar zien steeds vaker nieuws van online vrienden, volstrekt onbekende bronnen, of nieuws dat hen via algoritmen tegemoet komt.

Belangrijk is hierbij dat mensen bij voorkeur informatie kiezen die hun opvattingen bevestigt.  Dit is ook een belangrijke reden waarom nepnieuws kan overleven: mensen zijn gemotiveerd om hun bestaande (politieke) overtuigingen te bevestigen, wat vaak zelfs zwaarder weegt dan over de meest accurate kennis te beschikken.

Tegelijkertijd zijn er tegenwoordig steeds meer fact-checkers actief, die proberen om onjuiste informatie te bestrijden. De grote vraag is: helpt dat?

Experiment

Om die vraag te onderzoek hebben we twee online experimenten in de Verenigde Staten uitgevoerd. Deelnemers aan het onderzoek werden allereerst aan desinformatie blootgesteld. In de eerste studie zagen zij nepnieuws over immigratie, en in de tweede studie ging het over de klimaatproblematiek.

Vervolgens kwamen participanten aan bij stap twee van het experiment: sommigen kregen de keuze om vrijwillig een fact-check te lezen (deze fact-check weerlegde de standpunten van het artikel dat ze net gelezen hadden), terwijl anderen werden gedwongen om een dergelijke fact-check te lezen (een voorbeeld van zo’n fact-check staat hieronder).

factcheck-politifact

Tot slot moesten de deelnemers aan het onderzoek een aantal vragen beantwoorden over de inhoud van het artikel.

De belangrijkste vragen voor dit onderzoek waren:

  1. in hoeverre zijn mensen bereid om een fact-check te kiezen?
  2. in hoeverre kan een fact-check helpen om de negatieve consequenties van desinformatie tegen te gaan?

Wel of niet kiezen voor een fact-check

Allereerst blijkt dat de kans op het lezen van een fact-check groter is als het nieuwsbericht dat mensen gelezen hebben, niet strookt met hun eigen opvattingen.

Dat is vooral duidelijk als het gaat om nieuws over de komst van vluchtelingen naar de VS. Mensen kiezen vooral voor het lezen van een fact-check als ze nepnieuws over immigratie hebben gelezen waar ze het niet mee eens zijn. Mensen vermijden fact-checks als ze het eens zijn met het nepnieuws.

Dit kan negatieve politieke gevolgen hebben: mensen staan niet volledig open voor een aanval op hun bestaande overtuigingen door een fact-check die laat zien dat ze ongelijk hebben.

Bij nieuws over klimaatverandering zien we iets anders. Hier zijn het juist de hoger opgeleiden en de mensen met minder vertrouwen in de media die ervoor kiezen om een fact-check te lezen.

Dus, als het gaat om klimaatverandering is de motivatie om een fact-check te lezen: het hebben van feitelijk correcte opvattingen. Bij immigratienieuws  is het bevestigen van bestaande overtuigingen de belangrijkste motivatie.

Gedwongen fact-checks lezen

Maar als mensen ervoor kiezen of gedwongen worden om een fact-check te lezen, helpt dat tegen nepnieuws? Oftewel, kunnen fact-checks een halt toeroepen aan desinformatie?

Het antwoord is bevestigend.

Uit de resultaten van onze studie kunnen we opmaken dat fact-checks een belangrijk verschil kunnen maken. Als mensen een fact-check hebben gelezen die de desinformtie weerlegt, zijn mensen het ook minder eens met die desinformatie. Oftewel, als mensen geen fact-check hebben gelezen, zijn ze meer geneigd om de desinformatie te geloven. Politieke voorkeuren spelen hierbij geen rol.

Gepolariseerde groepen die totaal andere opvattingen hebben over klimaatverandering en immigratie, komen zelfs dichter bij elkaar na het lezen van fact-checks. Mensen die een fact-check lezen die aangeeft dat ze gelijk hebben, veranderen hun mening niet, en mensen die een fact-check lezen die hun ongelijk aantoont, passen hun meningen aan – waardoor het gat tussen mensen met tegengestelde opinies kleiner wordt.

Aanbeveling: maak fact-checks aantrekkelijk

Onze bevindingen hebben belangrijke implicaties voor de journalistiek. Allereerst tonen we aan dat fact-checks een belangrijk middel zijn om misvattingen veroorzaakt door desinformatie te corrigeren.

Daarnaast laten de bevindingen zien dat het, zeker voor gevoelige issues als immigratie, belangrijk is dat fact-checks die indruisen tegen de bestaande politieke opvattingen van mensen, toch gezien worden door die personen.

Het is dus cruciaal dat fact-checks in een format worden gegoten dat aantrekkelijk is voor mensen met verschillende meningen. Want op internet kunnen mensen immers heel makkelijk voorbij gaan aan fact-checks als ze geen zin hebben om gecorrigeerd te worden.

Het bedenken van aansprekende formats voor het presenteren van fact-checks is een belangrijke opdracht aan fact-checkers . Want fact-checks kunnen er voor zorgen dat verschillende groepen in de samenleving het tenminste eens worden over de feitelijke basis van kennis.

Michael Hameleers

Michael Hameleers is als universitair docent politieke communicatie verbonden aan de Universiteit van Amsterdam.
Profiel-pagina

Toni van der Meer

Toni van der Meer is als universitair docent communicatiewetenschap verbonden aan de Universiteit van Amsterdam.
Profiel-pagina
Al één reactie — discussieer mee!