Terwijl NOS nerveus vastklampte aan hun gebrek aan informatie en Twitter volstroomde met de wildste theorieën over de identiteit en motieven van de dader, had de dertigjarige netwerkbeheerder Michael de Winter in nog geen half uur na de aanslag in Utrecht van 18 maart al tientallen memes de wereld in geslingerd. Een aantal dagen later legt hij me op een terrasje in hartje Leiden haarfijn uit, wat de drijfveren zijn achter zijn ietwat onconventionele manier van nieuwsverwerking.

Voordat we beginnen over jouw visie op nieuws, wat vind jij van de manier waarop ‘mainstream media’ gebeurtenissen verslaan?

“Gek genoeg vind ik het helemaal niet zo erg! Je zou verwachten dat ik een hekel heb aan mainstream media, maar ik denk dat we een goede balans hebben gevonden tussen sensatiepers en het presenteren van de feiten. Wat dat betreft hebben we goede coverage hier in Nederland.”

Jij gaat op een heel andere manier om met nieuws. Kan je daar wat over vertellen?

“Memes maken is voor mij een coping mechanism om met nieuws om te gaan. Humor is een goede uitlaatklep. Vroeger pakte je de krant en las je wat je ergens van moest vinden. Nu kan iedereen zijn ongezouten mening direct online gooien. Dat heeft iets moois: iedereen kan gehoord worden. Door middel van memes kan een klein persoon, een grijs muisje, iets neerzetten dat gedeeld en gezien wordt door zoveel andere mensen. Het is een vorm van kritiek.”

Waar geven jouw memes dan kritiek op?

“Mijn memes zijn vooral zijn vooral een kritiek op hoe krampachtig wij tegenwoordig omgaan met mensen met andere meningen.  Het is geen geheim dat wij in de afgelopen 10 à 15 jaar steeds vaker te maken hebben gehad met aanslagen van extremisten aan de rechter en linker flank. We zien dat mensen steeds meer aangetrokken worden tot de politieke uiteinden. Er wordt een samenleving gecreëerd waarin de mensen die het hardste schreeuwen lijnrecht tegenover elkaar staan. Mijn doel is om continu de discussie op scherp te stellen, om mensen uit te dagen om na te denken over hun ideeën. Mijn memes zijn niet links of rechts; ik heb geen doelwit. Ik bekritiseer echt alles en iedereen!”

Je bekritiseert vaak jezelf.

“Klopt, ik vind het heel goed dat je dat opmerkt. Want je kan geen memes maken als je geen zelfreflectie hebt. Alle grappen die je maakt over een ander moet je ook zelf kunnen incasseren. Het ontbreek een hoop mensen aan zelfreflectie en daar gaat het mis. Je komt in een soort bubbel terecht, waarin je denkt dat je helemaal geweldig bent en dat jouw mening de enige juiste is.”

En dat heb jij niet?

“Ik ben mijn eigen grote criticaster. Memes zijn een reflectie van wie ik ben, namelijk dat alles bekritiseerd moet worden. Gebeurt dit niet, dan belanden we in een samenleving waarin uiteindelijk helemaal niets meer mag.”

Waar komt de toenemende kritiek op de vrije media volgens jou vandaan?

“Kritiek is een middel om de media scherp te houden. Als niemand meer kritiek op hen zou uiten, zullen ze denken dat ze alles kunnen maken. In Amerika is men helemaal doorgeslagen in de sensatiepers en clickbait. Het gaat er niet om of je diegene bent met de feiten, maar of je de eerste bent die iets covert. Zo krijg je dezelfde situatie als bij de aanslagen in Utrecht: niet alleen op Twitter wordt gespeculeerd, maar ook in de media, door journalisten.”

Jouw memes zijn ook niet altijd gebaseerd op ‘de feiten’, hoor. Welk doel dienen zulke memes, die je bijvoorbeeld ook maakte na de aanslag in Utrecht?

“Ze zijn een wapen tegen dat soort mensen [de dader, red.]. Hij vindt zichzelf zo gigantisch belangrijk. Hij is zo gestoord dat hij het goed kan praten om onschuldige mensen om te leggen in een tram. Hoe ziek moet je zijn om dat te kunnen doen? Dus wat ik doe: ik maak die persoon belachelijk.”

Verdienen daders deze aandacht? Je zorgt er immers voor dat ze een podium krijgen.

“Ik geef ze inderdaad een platform, daar ben ik het helemaal mee eens. Dat is ook exact de reden dat ik het heel goed vind wat de premier van Nieuw Zeeland heeft gedaan naar aanleiding van de aanslagen in Christchurch. Daar verschillen we dan een beetje in. Ik geef die persoon wél aandacht, maar ik maak hem compleet belachelijk. Ik hoop dan dat er in de toekomst anderen zullen zijn die denken: ‘Oh, als ik zoiets doe voor een ‘hoger doel’, word ik compleet belachelijk gemaakt door mensen op het internet.’”

Je doel is dat iedereen zo zal reageren op aanslagen?

“Eigenlijk wel. Maak er een grap van! Begrijp me niet verkeerd, het is een bloedserieuze daad, echt vreselijk voor de slachtoffers en nabestaanden. Maar maak het niet groter dat het is – het groot, maar don’t make a martyr out of him. Dan zullen mensen wel twee keer nadenken, want niemand neemt ze toch serieus. Zelfs als ze zoiets vreselijks zouden doen.”

Ben je bang?

“Nee. Ik denk geen twee keer na voor in een trein of vliegtuig stap. Een leuke anekdote: net in de periode rond de aanslag op een badplaats in Tunesië keek ik met mijn toenmalige vriendin naar zomervakanties in dat gebied. Het eerste wat ik dacht was: hé, Tunesië is goedkoop voor dit moment van het jaar! Vond de familie niet zo leuk, terwijl ik zoiets had van: er is geen plek waar je op dit moment veiliger bent dan in die badplaats.”

Vind je jezelf grappig?

“In zekere mate wel. Mensen lachen om me. Er zijn ook genoeg mensen die mij totaal niet grappig vinden, maar dat is niet erg. Humor is persoonlijk en dat vergeten mensen vaak. Er wordt zo vaak tegen me geroepen: ‘de meme die je net poste is niet grappig’. Nee nee nee, denk ik dan, die is niet grappig voor jóu.”

Zijn er grenzen aan humor?

“Nee. Want humor is de puurste vorm van vrijheid van meningsuiting. Jordan Peterson zei eens heel mooi: ‘beware of the evil king, that kills its jester’. En dat is zo. Op het moment dat iemand het niet fijn vindt belachelijk te worden gemaakt de criticus dan maar monddood maken? Dat is echt levensgevaarlijk.”

Hoe verspreid jij je memes?

“Met name via appgroepen. Ik ben moderator van een groep waar één regel geldt: als je je beledigd voelt, dan lig je eruit. Je hoeft er niet in te zitten. Het is een groep van een hoop gelijk denkenden uit mijn omgeving. Ik had nooit gedacht dat er zo’n behoefte was aan een plek om alles te kunnen zeggen, om dat ene grapje te kunnen maken, waarvoor je anders sociaal uitgespuugd zou worden.”

Kom je je eigen memes wel eens tegen op andere sociale media?

“Best wel vaak eigenlijk. Het leukste is als je zelf een meme hebt gemaakt en deze binnen de appgroep verspreidt en in een andere appgroep met collegas ineens diezelfde meme wordt gepost. Dat je dan denkt: hey, dat was ik!”

Denk je dat je een groot bereik hebt?

“Jawel, een groot bereik in klein zijn. Ze zullen het niet afdrukken op nu.nl.”

Vind je het erg dat je nu wel met naam en toenaam op het internet komt?

“Nee, joh. Zal m’n baas leuk vinden.”

Ben je er trots op?

“Nee, trots is absoluut niet het goeie woord. Ik heb nooit de behoefte gevoeld om mijn identiteit af te schermen, want dat zou betekenen dat ik alle kritiek van mij kan afschuiven. Door alleen maar anoniem te blijven op het internet maak je het wel heel makkelijk voor jezelf. Je kunt dan geen verantwoordelijkheid nemen voor wat je online zet.”

Dus met dit interview heb je jezelf opengesteld voor kritiek?

“Hmhm, absoluut.” De Winter verslikt zich haast in zijn laatste slokje La Chouffe. “Hebben jullie ook een comment section?” Ik knik. “Awesome!

Sarah Sramota

Redacteur

Sarah Sramota is redacteur bij De Nieuwe Reporter en studeert Politieke Wetenschap aan de Universiteit Leiden. Ze volgt daarnaast de minor …
Profiel-pagina
Nog geen reactie — begin de discussie!