“Wetten zijn als worstjes. Je kunt maar beter niet zien hoe ze gemaakt zijn.” Het zijn inmiddels befaamde woorden die oud-minister Piet Hein Donner in 2011 uitsprak. Documenten over het wetgevingsproces opvragen via de Wet openbaarheid van bestuur? Nee, dat is helemaal niet interessant voor journalisten. Meende Donner. De werkelijkheid heeft de afgelopen jaren echter menigmaal zijn ongelijk bewezen.

Ironisch genoeg heeft juist de Wob laten zien hoezeer er wordt gepoogd om het openbaarheidsregime in Nederland uit te kleden. Het worstje in deze is de Wet open overheid, de beoogde opvolger van Wob. Door vele aanpassingen is het een worst geworden die nergens naar smaakt.

Zwartlakken

Wat is er aan de hand? Al in 2005 lanceerde toenmalig GroenLinks-Kamerlid Wijnand Duyvendak met de nota ´Open de Oester’ een eerste aanzet tot noodzakelijke verbetering van de Wob. Gebruikers van de Wob klagen al jaren over de trage besluitvorming en het vele zwartlakken waarmee de vrijgave van documenten gepaard gaat. Geregeld moet er een rechter aan te pas komen om de overheid terug te fluiten. Terwijl alle documenten bij de overheid van de burger zijn, lijkt deze er steeds minder toegang toe te hebben.

Bovendien voldoet Nederland met de huidige wetgeving niet aan het Verdrag van Tromsø, de internationale afspraken waarin de toegang tot overheidsinformatie is geregeld. Een verdrag dat er in 2009 mede kwam op initiatief van Nederland, maar dat nog altijd niet door de regering is ondertekend.

Initiatiefwetsvoorstel

De nota van Duyvendak kreeg in 2012 concreet vorm in een ambitieus initiatiefwetsvoorstel van toenmalig GroenLinks-Kamerlid Mariko Peters om de bestaande Wob-praktijk te verbeteren. Dit voorstel zag er veelbelovend uit, voor D66 aanleiding zich bij de initiatiefnemer aan te sluiten.

De ontwerpwet bestond uit enkele concrete voorstellen:

  • Inkomende en uitgaande overheidsdocumenten zouden in een register komen. Eenieder zou online met een druk op de knop als het ware à la carte kunnen selecteren welke documenten hij wilde hebben.
  • De besluittermijn ging van maximaal twee keer vier weken naar maximaal twee keer twee weken.
  • Het aantal organisaties onder het openbaarheidsregime werd fors uitgebreid. Hierdoor zou, in lijn met het verdrag van Tromsø, informatie op te vragen zijn over het openbare bestuur in alle facetten. Dus inclusief nutsbedrijven, ziekenhuizen en openbaarvervoerorganisaties, die nog niet onder de Wob vielen.
  • Er zou een onafhankelijke informatiecommissaris met omvangrijke ondersteunende organisatie komen die als een soort ombudsman geschillen tussen burger en overheid moest beslechten en ook in bezwaarprocedures zou optreden.
  • De vaak misbruikte weigergrond “onevenredige bevoor- of benadeling” verdween. Daardoor had de overheid niet langer een restgrond om alles wat niet onder de andere weigergronden viel, bij elkaar te vegen.

Dit was in 2012. We zijn nu zeven jaar verder en er is nog altijd geen opvolger voor de Wob. De beide initiatiefnemers zijn inmiddels allang uit Den Haag vertrokken en hun opvolgers hebben het voorstel de afgelopen jaren laten uitkleden.

Afgezwakte versie

Een afgezwakte versie werd in 2016 door de Tweede Kamer aangenomen. Afgezwakt omdat men om voldoende politieke steun te vergaren reeds concessies had gedaan aan het ambitieuze beginvoorstel.

De instemming door de Tweede Kamer was voor verontruste ambtenaren, onder meer op het ministerie van Binnenlandse Zaken, reden om alarm te staan. De Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) startte een campagne om de Woo tegen te houden in de Eerste Kamer. De wet zou onuitvoerbaar zijn. Verschillende onderzoeken kwamen tot minstens 1 miljard euro aan invoeringskosten. Dat het hier onder meer ging om achterstallig onderhoud aan ICT-systemen bij de overheid lieten ze gemakshalve onvermeld.

De rapporten waren aanleiding om de wet verder af te zwakken. De huidige trekkers van de Woo Bart Snels (GroenLinks) en Steven van Weyenberg (D66) sleutelden verder aan de wettekst. Het teleurstellende resultaat presenteerden ze begin dit jaar in een novelle.

Het voorgestelde register verdween geheel, om een kostenslag te maken. De besluittermijn blijft vier weken in plaats van de voorgestelde twee. Ook is de informatiecommissaris op de lange baan geschoven. Nu wordt “na vijf jaar geëvalueerd” of het noodzakelijk is om deze alsnog in te voeren. Haagse taal om te zeggen: die willen we niet.

Ook de weigergrond van onevenredige benadeling van de overheid ligt weer op tafel. En de reikwijdte van de Woo is teruggedrongen. Koepelorganisaties als de VNG en de Unie van Waterschappen zijn na protest van hun zijde uit de wettekst verdwenen. Het openbaar bestuur valt dus nog steeds niet in de volle breedte onder de Woo.

Geen verandering

Kortom: de nieuwe Woo zal niets veranderen aan de bestaande praktijk. Terwijl daar juist grote behoefte aan is. Eens te meer omdat de afhandeling van een verzoek de afgelopen jaren eerder is verslechterd dan verbeterd.

Overschrijding van de besluittermijn met weken en maanden is geen uitzondering. De overheid houden aan wettelijke termijnen is nauwelijks mogelijk. De koppeling met de Wet Dwangsom is geschrapt vanwege misbruik door niet-serieuze Wobbers. Daardoor kan een treuzelend bestuursorgaan alleen nog via de rechter tot de orde worden geroepen. En dat duurt vaak maanden. Wettelijke termijnen hebben geen enkel effect bij gebrek aan een concreet handhavingsmiddel.

Oproep aan de Tweede Kamer

De Tweede Kamer zal de komende tijd het aangepaste wetsvoorstel behandelen. Als die ermee instemt, en de Eerste Kamer later ook, zitten we vast aan een wet waarmee de transparantie van de overheid eerder achter- dan vooruit gaat. Eenmaal aangenomen zal er geen ruimte meer zijn om te pleiten voor een betere regeling. De laatste grotere herziening van de Wob dateert immers van begin jaren ’90, bijna dertig jaar geleden.

In een gezamenlijke actie roepen de belangrijkste vertegenwoordigers van de Nederlandse pers de Tweede Kamer daarom op niet in te stemmen met de Woo. In een brief [pdf] aan de vaste commissie voor Binnenlandse Zaken pleiten zij ervoor in plaats daarvan aan de slag te gaan met verbetering van de huidige wetgeving.

Stel paal en perk aan onnodig zwartlakken. Maak de grondgedachte achter de Wob ‘alles is openbaar, tenzij’ weer leidend en laat die cultuur tot elk bestuursorgaan doordringen. Geef de burger middelen om een treuzelend bestuursorgaan dwingend tot de orde te roepen. En stel een informatiecommissaris aan die kan optreden als onafhankelijke partij in bezwaarzaken en geschillen tussen wobber en overheid.

Kortom, breng de Wob in lijn met het Verdrag van Tromsø. Nederland liep lange tijd voorop met haar openbaarmakingswetgeving, maar behoort tegenwoordig tot de Europese achterhoede. Neem een voorbeeld aan een land als Zweden. Daar is het “offentlighetsprincipen” onomstreden en zelfs de belastingaangifte van de minister-president openbaar. Laat openbaarheid geen gunst zijn maar een voorwaarde voor het goed functioneren van de democratie en voor dat van de pers.

Dit artikel verscheen eerder ook op Villamedia.

Evert de Vos

Evert de Vos is redactiechef van De Groene Amsterdammer en voorzitter van de VVOJ.
Profiel-pagina

Hugo van der Parre

Hugo van der Parre is onderzoeksjournalist bij de NOS en lid van de wob-werkgroep van de VVOJ.
Profiel-pagina
Nog geen reactie — begin de discussie!