Het mag geen verrassing meer zijn dat multinationals als Google een steeds grotere invloed op het journalistieke vakgebied hebben. Op de manier waarop wij ons nieuws vinden, hoe we het verspreiden én hoe we er ons brood mee verdienen. Om de journalistiek “in het digitale tijdperk te helpen ontplooien”, richtte Google in 2015 een compleet nieuwe tak op; het Digital News Initiative (DNI). Met een budget van 150 miljoen euro investeert het onder andere in lokale journalistiek, het aanzwengelen van online inkomsten en is het hoofdsponsor van het Journalism Festival.

Onderzoek naar Big Tech

Zeven maanden lang deed een driekoppige groep journalisten onderzoek naar waarom Google dat nou eigenlijk doet en wat de Amerikaanse zoekgigant ermee wil bereiken. In de onafhankelijke (!) IJF-lezing ‘How Big Tech is re-defining journalism’ presenteren Ingo Dachwitz, Alexander Fanta en Adrienne Fichter hun bevindingen op die vragen.

“Twee jaar geleden kreeg ik de kans om een half jaar als journalist in Oxford door te brengen. Het werd betaald door Google. Daarna mocht ik een paar maanden naar Zwitserland om op een redactie aan automatisering te werken. Ook dat werd gesponsord door Google. Maar na een jaar gesponsord te worden door het bedrijf vroeg ik me af: ‘Waarom doen ze dit allemaal? Waar gaat dit over?’” vertelt Alexander Fanta, onderzoeker van het Duitse platform Netzpolitik.

Fanta: “Met behulp van een aantal partners bedacht ik een plan om onderzoek te doen naar de mensen die mij al die tijd gefinancierd hadden. Een paar maanden lang bestudeerden we zo’n 450 projecten die door het DNI gesponsord werden. Op die manier probeerden we erachter te komen wie het geld kreeg, waar het aan uitgegeven werd en wat voor soort bedrijven het geld ontvingen.”

Mede-onderzoeker Ingo Dachwitz vervolgt: “De basis voor ons onderzoek was een data-analyse die we in 2018 hebben uitgevoerd. Google zelf publiceert helaas niet al te veel details over de projecten; daarom hebben we alle projectomschrijvingen van de 447 subwebsites gescraped en in onze eigen database samengebracht”.

Na analyse van de verzamelde data blijkt dat het DNI-programma drie opvallende vooroordelen kent:

  1. Het bedrijf investeerde in 2018 zo’n 41% van het totale budget aan automatisering van de redactievloer;
  2. Het overgrote deel van het geld werd in West-Europa geïnvesteerd;
  3. En het gros van het budget werd uitgedeeld aan de traditionele, commerciële media.

Ondoorzichtige transparantie

Daarnaast trokken de onderzoekers een drietal algemene conclusies over het DNI: “Het hele project wordt gekenmerkt door een soort van ondoorzichtige transparantie, want het is niet zo dat er helemaal geen informatie over te vinden is. Google heeft zelf twee rapporten met succesverhalen, mooie foto’s en ook enkele cijfers uitgebracht. Maar om een reëel beeld te krijgen van wat er zich rondom het initiatief en binnen het fonds afspeelt, is dit niet genoeg”, stelt Dachwitz.

Fanta: “Ik denk dat het belangrijk is om te praten over de strategische doelen die de grote technologiebedrijven hebben. Ze transformeren mediabedrijven van tegenstanders tot partners.”

“Tot slot”, vervolgt Adrienne Fichter: “Een verdergaande integratie in het Google-ecosysteem betekent dat uitgevers zich meer en meer zullen afvragen: “Wat zou Google willen?”. We moeten in het achterhoofd houden dat alle grote techbedrijven als Google, Facebook en Amazon de tactiek hebben om de pers te beïnvloeden. Dat is waar we ons goed van bewust moeten zijn.”

Andere visie

Maar niet iedereen is even sceptisch over de inmenging van Google; ook aanwezig waren Adam Thomas van het European Journalism Center en Alexandra Borchardt, director of leadership aan het Reuters Institute in Oxford. Beiden ontvangen een subsidie van de multinational en hebben niets te klagen over de samenwerking.

Thomas: “Ons doel is om de veerkracht van de Europese journalistiek te versterken en Google is een van onze sponsoren. (…) We geven subsidies, geven trainingen, we organiseren evenementen en we doen aan media-ontwikkeling. Dit jaar ontvangen we waarschijnlijk zo’n 1 miljoen euro voor vijf verschillende programma’s. De manier waarop ik Google’s ecosysteem begrijp, is dat ze een productzijde hebben waaronder Adsense, AMP, en zaken als Trends en Maps vallen. Ze hebben dan ook nog de financieringspot DNI, en dan hebben ze óók nog het soort geld dat wij aannemen. Dit gaat meer over training en ik denk dat dat onderscheid belangrijk is.”

Borchard: “Ik denk nog altijd dat het een goede zaak is dat er dergelijke fondsen zijn, omdat het de redacties helpt om met nieuwe dingen te experimenteren. Zolang er geen afhankelijkheid is van projecten, zou ik dit altijd aanmoedigen.”

Mees De Klerk

Mees De Klerk is student journalistiek aan de Fontys Hogeschool Journalistiek in Tilburg.
Profiel-pagina
Nog geen reactie — begin de discussie!