Te beginnen met de opvallendste trends van 2018: het aantal klachten tegen (regionale en landelijke) dagbladen nam relatief fors toe, het oordeel van de Raad luidde vaker dat de journalist zorgvuldig had gehandeld en er was doorgaans sprake van een zorgvuldige klachtafhandeling door de (hoofd)redactie. Deze trends waren ook in 2017 al zichtbaar.

In 2018 ontving de Raad bijna 100 klachten, iets minder dan in 2017 en een flink stuk minder dan in 2016. Toen waren het er 122, maar daarbij zat een klacht die door 25 verschillende klagers werd ingediend en die uiteindelijk niet werd doorgezet. Daarmee is de stijgende lijn na 2014 en 2015 voortgezet. Toen waren het er respectievelijk slechts 62 en 77.

Wijziging in werkwijze

Sinds 2013 is de Raad een ‘tweedelijns-instantie’. Dat houdt in dat klagers zich eerst moeten wenden tot het medium waartegen de klacht gericht is. Dat was altijd al de normale gang van zaken, maar sinds 2013 is die route verplicht. Pas wanneer dat niet leidt tot een voor klager bevredigend resultaat, kan hij naar de Raad stappen. Deze wijziging in de werkwijze van de Raad zorgde in combinatie met het beëindigen van bemiddeling voor een kortstondige daling van het aantal klachten in 2014 en 2015.

Van de ingediende klachten wordt een gedeelte daadwerkelijk in behandeling genomen: 90 in 2013, 35 in 2014, 45 in 2015, 64 in 2016, 71 in 2017 en 75 in 2018. Dat klachten soms niet in behandeld worden ligt aan een aantal factoren: in sommige gevallen kan de kwestie langs een andere weg worden opgelost, moet de klager eerst nog met zijn klacht naar het betrokken medium of is de klacht gericht tegen een medium dat niet wenst mee te werken aan klachtenbehandeling door de Raad. Bovendien worden sommige klachten te laat ingediend of is het evident dat de Raad niet bevoegd is om de klacht te beoordelen.

Cijferoverzicht

In het nu volgende cijferoverzicht worden ook de getallen van de zes voorafgaande jaren (2012 tot en met 2017) vermeld ter vergelijking. In 2018 werden 63 van de ingediende klachten (in de voorafgaande jaren was dit respectievelijk 76, 75, 40, 37, 64 en 61) behandeld op 14 zittingen. In de voorafgaande zes jaren waren er respectievelijk 15, 17, 9, 8, 12 en 13 zittingen. In 53 gevallen formuleerde de Raad een conclusie die is opgenomen in het jaarverslag. In de voorafgaande jaren waren dat respectievelijk 65, 61, 51, 25, 48 en 46 conclusies.

In 7 van de 53 conclusies was de Raad van oordeel dat er onzorgvuldig gehandeld was, in 9 gevallen was deels onzorgvuldig gehandeld en in 32 gevallen handelde de betreffende journalist zorgvuldig. In de voorafgaande jaren oordeelde de Raad respectievelijk 15, 18, 13, 3, 13 en 3 keer dat er sprake van onzorgvuldig handelen. Tweemaal 8, 3, 5, 6 en 7 keer werd het handelen deels onzorgvuldig bevonden en respectievelijk 28, 31, 23, 11, 13 en 20 keer was er sprake van zorgvuldig handelen. De Raad gebruikte vroeger de term (on)gegrond. Nu is dat (on)zorgvuldig.

Herzieningsverzoeken

Evenals de laatste twee voorafgaande jaren werden ook vorig jaar weer alle herzieningsverzoeken afgewezen, omdat de klager de Raad er niet van kon overtuigen, dat de beslissing berustte op feiten die niet klopten. Er werden 9 verzoeken ingediend, waarvan er 6 in de loop van 2018 werden behandeld. De overige 3 stonden in de eerste maanden van 2019 op de agenda. In de voorafgaande jaren waren er respectievelijk 8, 4, 6, 5 en 7 herzieningsverzoeken. Werd in 2014 en 2015 eenmaal een herzieningsverzoek toegewezen, gebeurde dit de laatste drie jaren bij geen enkel verzoek.

Bij lezing van de volledige tekst van de herzieningsverzoeken ontstaat de stellige indruk dat indieners daarvan eigenlijk in beroep willen gaan tegen de conclusie van de Raad. Ze zijn het oneens met het oordeel. Volgens de statuten is het niet mogelijk beroep aan te tekenen tegen het oordeel. Wél kunnen partijen een herzieningsverzoek indienen. De verzoeker moet dan aannemelijk kunnen maken “dat de conclusie van de Raad berust op ten onrechte als vaststaand of aannemelijk geachte feiten”. Dat kan aan de orde zijn wanneer na de zitting blijkt dat op basis van onjuiste feiten is geoordeeld.
Herzieningsverzoeken lijken dus toch vooral (vergeefse) pogingen te zijn om in beroep te gaan.

Daarnaast zijn er nog de klachten die eerst worden ingediend, maar later weer ingetrokken én de klachten die door voorzitter en secretaris worden afgehandeld, bijvoorbeeld omdat ze evident ongegrond zijn, niet binnen de termijn ingediend of omdat klager overduidelijk niet een direct belanghebbende is.

Hoe oordeelde de Raad vorig jaar?
Conclusies van de Raad voor de Journalistiek n.a.v. ingediende klachten, % vergelijking tussen 2017 en 2018

Conclusies per medium

Hoe waren de conclusies die de Raad in 2018 formuleerde, verdeeld over de verschillende soorten media?

De regionale dagbladen, de laatste jaren koploper (soms ex aequo) en vorig jaar op de tweede plaats, grepen opnieuw de koppositie met 22 klachten. In de voorafgaande jaren lagen die aantallen op 18, tweemaal 19, 6, 19 en 14.

Tegen de landelijke dagbladen werd 17 maal een klacht ingediend. In de voorafgaande jaren lag dat aantal achtereenvolgens op 14, 13, 8, 6, 8 en 16.

Bij de landelijke publieke omroepen ging het in 2018 om 6 klachten. In de voorbije jaren was dat aantal 13, 6, 8, 1, 6 en 4.

Bij de lokale en regionale omroepen ging het aantal klachten van 5 in 2012, 1 in 2013, 5 in 2014 en 2015, 6 in 2016, 1 in 2017 en 2 in 2018.

Bij de online media is sprake van een schommeling: van 6 in 2012 naar 5 in 2013 naar 4 in 2014 naar 1 in 2015, 2 in 2016, 4 in 2017 en 2 in 2018.

Een schommeling zien we ook in het aantal klachten tegen de commerciële omroepen: van 4 in 2012 naar 3 in 2013 naar 1 in 2014 en daarna weer een lichte stijging: 2 in 2015, 4 in 2016 en 2017 en 1 in 2018.

Bij de publieks- en de opiniebladen ging het aantal klachten van 8 in 2011 naar 2 in 2012 naar 5 in 2013 naar 1 in 2014 en 2015. In 2016 ging het om 2 klachten en in 2017 en 2018 om 1.

In 2018 werd 1 klacht ingediend tegen persdienst ANP. Ook werd een klacht ingediend tegen een (journalistiek) boek.

Bij de nieuws- en huis-aan-huisbladen: 3 in 2012 naar 4 in 2013 naar 2 in 2014 naar 1 in 2015 en 2016, 2 in 2017 en geen in 2018.

De vak- en bedrijfsbladen kwamen in 2015, 2016 en 2018 in het rijtje niet (meer) voor. In 2012 was er 1 klacht, in 2013 4 en in 2014 2. Ook in 2017 waren er 2 klachten.

In 2012 waren er 3 klachten tegen een individuele journalist, in 2014 was dat er 1, in 2015 2 en in 2016 weer 1. In 2017 en 2018 kwam deze categorie in de overzichten niet meer voor.

Opvallend is dat het in deze tijden van voortschrijdende digitalisering toch de traditionele media (en dan vooral de landelijke en regionale dagbladen) zijn die zich het meest moeten verantwoorden bij de Raad. Een verklaring hiervoor zou kunnen zijn dat mensen zich het meest storen aan onzorgvuldigheden in die media die ze het meest betrouwbaar achten.

Inhoud van de klachten

Wat betreft de inhoud van de klachten is dit de top-3 van 2018:

  1. Meer dan de helft (57%) van de klachten ging over onjuiste en/of tendentieuze berichtgeving;
  2. Over het achterwege laten van wederhoor ging het eveneens in 57% van de klachten.
  3. Het selecteren van nieuws stond centraal in 40% van de klachten. Hier valt te denken aan klachten over de door de journalist gekozen invalshoek en over de vraag of de journalist überhaupt aan een bepaald onderwerp aandacht had mogen besteden.
Waarover gingen de klachten in 2018?
Rubricering van alle ingekomen klachten (%) bij de Raad voor de Journalistiek in 2018

Ongeveer 10% van de klachten ging over het brongebruik door de journalist. Denk hier aan het publiceren van ernstige beschuldigingen zonder duidelijk te maken waar die beschuldigingen op gebaseerd waren. In een aantal gevallen was de informatie afkomstig van bronnen die met de beschuldigde in conflict waren en die dus moeilijk onbevooroordeeld en betrouwbaar genoemd kunnen worden, althans zeker niet volgens de klager.

In veel klachten is overigens sprake van meer dan één aspect: wanneer iemand bijvoorbeeld klaagt over geen of onvoldoende wederhoor, gaat dat vaak gepaard met het verwijt dat (daardoor) sprake is van onjuiste en tendentieuze berichtgeving. Ook is er in veel klachten een koppeling tussen het niet nakomen van afspraken en het niet vooraf laten lezen van het verhaal. Iemand die klaagt over de nieuwsselectie door de journalist, vindt vaak dat het artikel of de uitzending onevenwichtig, onjuist of suggestief is.

Afhandeling

Nieuw in het ‘algemeen klassement’ is de laatste jaren de afhandeling van klachten. Nu de Raad een ‘tweedelijnsinstantie’ is, moet de klager eerst langs de hoofdredactie. In ruim een kwart van alle zaken die inhoudelijk werden beoordeeld, werden ook opmerkingen gemaakt over de wijze waarop de klacht door het aangeklaagde medium werd behandeld. Die opmerkingen hoeven overigens niet per definitie negatief te zijn.

Het is ook mogelijk dat de klager daarover niet tevreden is, maar dat de Raad die afhandeling zorgvuldig vindt. Zei de Raad in 2016 in 5 gevallen expliciet dat de klachtafhandeling niet zorgvuldig was geweest, in 2017 was de Raad in 5 gevallen van mening dat de klacht juist wél zorgvuldig werd afgehandeld. In 2018 maakte de Raad tienmaal de kanttekening dat de klachtenafhandeling zorgvuldig was en driemaal dat dat niet het geval geweest was.

Overigens is ook hier een tendens zichtbaar, namelijk dat klagers naar de Raad stappen niet omdat ze de klachtafhandeling onder de maat vinden, maar omdat ze het inhoudelijk niet eens zijn met het standpunt van de hoofdredactie. Vergelijkbaar dus met de herzieningen die eigenlijk (vergeefse) beroepszaken zijn.

Afwezigheid ter zitting

In het kielzog van opmerkingen over de afhandeling van klachten wordt ook wel gewezen op de afwezigheid ter zitting van het aangeklaagde medium. Voor deze bewering is geen steun te vinden in de cijfers. Bij alle 53 conclusies ging het in 6 zaken om een herzieningsverzoek. Zo’n verzoek wordt in beginsel ‘op de stukken afgedaan’, d.w.z. buiten aanwezigheid van de betrokken partijen. Dat gebeurde ook met 4 ‘gewone klachten’ waar beide partijen er zelf voor kozen om niet op de zitting te verschijnen.

In 31 zaken waren beide partijen wel aanwezig op de zitting om hun zaak toe te lichten en vragen van de Raadsleden te beantwoorden. In sommige (7) gevallen was klager alleen aanwezig, in andere (5) gevallen was dat alleen het aangeklaagde medium. Uit deze cijfers valt dus zeker niet de conclusie te trekken dat (hoofd)redacties het na het voortraject met veel klagers ‘wel gehad hebben’ en dat ze daarom niet meer naar de zitting komen. Uit de cijfers blijkt, zeker in vergelijking met 2017, het tegendeel: kwam in 2017 het aangeklaagde medium in de helft van de gevallen naar de zitting, in 2018 was dat in 36 van de 47 klachten het geval.

Huub Evers

Huub Evers was docent media-ethiek en lector aan Fontys Hogeschool Journalistiek in Tilburg. Hij is lid van de Raad voor de Journalistiek …
Profiel-pagina
Nog geen reactie — begin de discussie!