De meest geruchtmakende klacht in 2018 was zonder twijfel die van Gijs van Dam tegen Trouw (2018/16). Deze krant plaatste op maandag 23 oktober 2017 op de voorpagina een open brief van Jelle Brandt Corstius onder de kop “Ik ook. Maar ik kan het niet vertellen”. In de context van de #MeToo-discussie kwam Brandt Corstius met de onthulling dat hij in het prille begin van zijn carrière bij de televisie was gedrogeerd en gedwongen tot orale seks.

Hij wilde met zijn stuk de machteloze positie van slachtoffers van seksueel misbruik laten zien. Hij zegt te beseffen dat hij niet sterk staat: het is lang geleden, hij heeft toen geen aangifte gedaan, er waren geen getuigen en het is het woord van de een tegenover dat van de ander. Namen noemen wilde hij wel, maar dat zou ongetwijfeld tot een klacht wegens smaad en laster leiden. En hoe sterk sta je dan?

Identificatie

Brandt Corstius had in de eerste versie van zijn stuk de naam van Van Dam genoemd. Trouw nam contact met hem op en vroeg hem op het stuk te reageren. Hij weigerde en wierp alle beschuldigingen verre van zich. In de tweede versie kwam zijn naam niet meer voor, maar hij vond dat hij toch te herkenbaar in het stuk werd opgevoerd.

Er werd gesproken over een producer die in het begin van zijn loopbaan bij Barend en Van Dorp had gewerkt en later een eigen productiebedrijf had opgezet. Dat maakte identificatie mogelijk, zeker in mediakringen. Van Dam vond dat Trouw dat had moeten verhinderen. Bovendien had Trouw de beschuldigingen niet mogen publiceren zonder te onderzoeken of ze op waarheid berustten. Ook had in het stuk of in de begeleidende tekst vermeld moeten worden dat hij alles ontkende.

De Raad was het niet eens met Van Dam en vond dat Trouw op deze punten zorgvuldig had gehandeld. Wel onzorgvuldig was, dat de krant de beschuldigingen in de inleiding te sterk als feiten presenteerde en dus onvoldoende afstand nam. In de inleiding stond “Ook journalist Jelle Brandt Corstius is slachtoffer” en niet bijvoorbeeld “beweert dat hij slachtoffer is” of “voelt zich slachtoffer”. Trouw had in de inleiding terughoudender moeten zijn vond de Raad.

DWDD

Daags na de publicatie in Trouw zat Jelle Brandt Corstius bij Matthijs van Nieuwkerk aan tafel in De Wereld Draait Door. Ook over deze uitzending diende Gijs van Dam een klacht in (2018/17). Volgens hem had ook deze redactie de beschuldigingen nader moeten onderzoeken, wederhoor moeten toepassen en hem niet herkenbaar mogen opvoeren.

De Raad was het met deze visie niet eens en stelde vast dat DWDD zorgvuldig had gehandeld. Van Nieuwkerk had de beschuldigingen niet tot de zijne gemaakt, had zich voldoende kritisch opgesteld en nuances aangebracht. Bovendien was ook nu de identiteit van klager niet duidelijker geworden dan in mediakringen toch al het geval was.

Later diende van Dam nog een herzieningsverzoek in bij de Raad (2018/40). Hij vond dat in de behandeling van zijn klacht tegen Trouw twee elkaar uitsluitende conclusies waren geformuleerd. Wanneer Trouw volgens de Raad in de inleiding te weinig afstand heeft genomen, kan het niet zo zijn dat het stuk zelf uitsluitend als persoonlijke opvatting en ervaring van Jelle Brandt Corstius kan worden beschouwd, aldus van Dam.

De Raad overwoog dat dit herzieningsverzoek eigenlijk een poging tot hoger beroep was, waar dat bij de Raad reglementair niet mogelijk is. Er was hier geen sprake van het op tafel leggen van ‘ten onrechte als vaststaand of aannemelijk geachte feiten’. Het verzoek werd dus afgewezen.

Dubbele rectificatie

Opmerkelijk was ook een klacht tegen de regionale krant De Limburger omdat hier eigenlijk een rectificatie van een rectificatie werd verlangd (2018/8). Toen de krant dat weigerde, stapte klager naar de Raad.

Het ging om een artikel over foutparkeerders in Roermond. De krant schreef dat zij met behulp van een advocaat bij het gerechtshof alsnog hun gelijk hadden gehaald en dat de boete ongedaan werd gemaakt. Dat klopte allemaal, maar klager is jurist, geen advocaat. Hij heeft een praktijk voor rechtshulp maar staat niet ingeschreven in het advocatenregister.

Toen de krant dit op verzoek van de Orde van Advocaten Limburg rechtzette, gebeurde dat volgens klager op een manier die de suggestie zou kunnen wekken dat er “iets mis was” met zijn bureau voor rechtshulp. Hij had van cliënten al de vraag gekregen of hij zich wel juridisch hulpverlener mocht noemen. De Raad was het niet met klager eens, de krant had zorgvuldig gehandeld.

Bibeb

Over boeken wordt niet vaak geklaagd bij de Raad. Als dat gebeurt, zijn het journalistieke boeken zoals het boek over Bibeb, de bekende interviewster van Vrij Nederland. Tegen de twee auteurs en uitgever Querido Fosfor werd een klacht ingediend door de zoon van Bibeb (2018/25). Voor hun boek “Bibeb. Biechtmoeder van Nederland”, hadden de journalisten een uitvoerige correspondentie en een vijftal lange gesprekken gevoerd met hem.

Hij wordt in het boek herhaaldelijk genoemd en een van de hoofdstukken is aan hem gewijd. Hij werkte aanvankelijk van harte mee aan het project, maar keerde steeds meer op zijn schreden terug. Uiteindelijk weigerde hij nog langer mee te werken en stapte hij naar de Raad toen bleek dat de auteurs hem, zeer tegen zijn zin en zijns inziens ook tegen alle afspraken in, een prominente plaats hadden gegeven in het boek.

Querido benadrukte dat de auteurs klager steeds met open vizier tegemoet zijn getreden. Zij hebben hem benaderd als journalisten die een biografisch boek over zijn moeder wilden schrijven. Tijdens de bijeenkomsten maakten zij aantekeningen. Er is nooit aan de orde gesteld dat de verkregen informatie niet gebruikt mocht worden of dat klager ‘off the record’ sprak. Ook voorafgaand aan de reeks gesprekken heeft hij geen restricties gesteld. Dat klager zelf als personage voorkomt in het boek kan voor hem niet als een verrassing zijn gekomen, daarover is met hem diverse keren gesproken.

Manuscript

Uiteindelijk kreeg klager het manuscript toegestuurd met het verzoek te reageren en eventuele feitelijke onjuistheden te corrigeren. Toen hij niet reageerde ging het manuscript naar de drukker. Daarna vond er nog een laatste gesprek plaats tussen klager en de auteurs. Afgesproken werd dat een nawoord van klager zou worden toegevoegd aan het e-book en aan een eventuele herdruk van het papieren boek en de site van de uitgeverij. Ook kreeg klager opnieuw de mogelijkheid enkele feitelijke onjuistheden te corrigeren.

De Raad vond dat zowel klager als de auteurs er beter aan hadden gedaan de gemaakte afspraken schriftelijk vast te leggen. Anderzijds mocht klager er, gelet op alle gesprekken, naar het oordeel van de Raad niet van uitgaan dat hij slechts een marginale rol zou spelen in het boek.

Van onzorgvuldig handelen was volgens de Raad geen sprake, op één uitzondering na: ook het hoofdstuk “De Zoon” dat specifiek aan klager gewijd was, had hem vooraf ter inzage gegeven moeten worden. Dat hoofdstuk was later aan het manuscript toegevoegd en hem niet meer toegestuurd omdat hij toen al geweigerd had commentaar te leveren.

ANP

Ook klachten tegen het ANP zijn niet talrijk. In de bijna zestig jaar van het bestaan van de Raad waren er twaalf klachten, waarvan er tien gericht waren tegen het ANP alleen. Dit geringe aantal is niet onlogisch omdat het ANP niet zelf publiceert, maar nieuwsberichten maakt die door de aangesloten media gebruikt worden voor hun nieuwsverhalen.

In 2018 was er een klacht van een bedrijf over een ANP-bericht onder de kop “PVV’er beticht van buitensporige uitgaven” (2018/44). In het bericht kwam aan de orde dat een Europarlementariër van die partij voor vijfduizend euro aan leren schrijfmappen voor zakenrelaties had uitgegeven. Een accountantskantoor sprak over een “buitensporige hoeveelheid gadgets”, besteld bij Premiumworld, het bedrijf van klager. Deze maakte bezwaar tegen het vermelden van de bedrijfsnaam.

Het ANP gaf toe dat deze vermelding geen journalistieke meerwaarde opleverde, maar vond anderzijds dat van schending van de privacy en aantasting van de reputatie geen sprake was, omdat het bedrijf geen blaam trof. Daarom was er evenmin grond voor rectificatie en verwijdering van de bedrijfsnaam uit het archief. De Raad was het met deze visie eens en stelde vast dat van onzorgvuldig handelen geen sprake was. Waar de klager het bericht gelezen had, bleef onduidelijk.

"Terroristenvereerder"

Opmerkelijk was ook de klacht van Likoed Nederland tegen NRC Handelsblad (2018/30), niet vanwege de conclusie van de Raad, maar vanwege het commentaar van de NRC-ombudsman die zich in zijn wekelijkse column (8 september 2018) afvroeg of het predicaat “onzorgvuldige journalistiek” niet aan inflatie onderhevig is, wanneer dat ook gebruikt wordt voor het afhandelen van de klacht door de hoofdredactie van (in dit geval) NRC.

Likoed had een klacht ingediend over twee columns in NRC. Die columns gingen over een persbericht van Likoed waarin Sigrid Kaag “terroristenvereerder” werd genoemd. Aanleiding was het toetreden van Kaag tot het kabinet. NRC hoefde geen wederhoor toe te passen naar het oordeel van de Raad en evenmin een ingezonden brief te plaatsen. Wel had de hoofdredactie moeten reageren. Daarom had de krant “deels onzorgvuldig” gehandeld. De ombudsman vroeg zich af of hier niet eerder het oordeel “zorgvuldig” uitgesproken had moeten worden mét de kanttekening dat de afhandeling van de klacht beter had gemoeten.

De Raad motiveerde zijn oordeel op dit punt met de overweging dat klagers in eerste instantie door de Raad naar de hoofdredactie waren verwezen, omdat de Raad sinds enkele jaren fungeert als tweedelijnsinstantie wanneer klager er met de hoofdredactie niet uit is gekomen. Deze procedure impliceert een correcte afhandeling door de hoofdredactie. Daarvan was hier onvoldoende sprake.

Foute Boel

Het gebeurt niet vaak dat geklaagd wordt over een programma dat nog moet worden uitgezonden. De exploitant van een studentencomplex stapte naar de Raad omdat hij door het SBS6-programma Foute Boel onder valse voorwendsels naar een locatie werd gelokt waar met verborgen camera opnamen werden gemaakt (2018/27). Hij werd ten tonele gevoerd als huisjesmelker die onvoldoende aandacht besteedde aan klachten van bewoners. Toen klager dat in de gaten kreeg, liep hij weg, maar werd hij met draaiende camera hinderlijk achtervolgd tot op de parkeerplaats.

De Raad vond deze handelwijze in dit geval onzorgvuldig omdat niet gebleken was van een misstand die alleen op slinkse wijze aan de kaak gesteld zou kunnen worden. Verder klaagde de exploitant nog dat zijn schriftelijke verklaring naar alle waarschijnlijkheid onvoldoende aandacht zou gaan krijgen in de uitzending. Uiteraard kon de Raad dit klachtonderdeel niet beoordelen!

Privacy

De klager of diens raadsman kan vragen om een klacht achter gesloten deuren te behandelen (2018/29). Vaak komt dat niet voor. Het ligt voor de hand te veronderstellen dat het dan om een klacht vanwege de schending van de privacy gaat. Dat was inderdaad het geval in een klacht tegen AD De Dordtenaar.

Deze krant had een artikel over een man die werd verdacht van het plegen van meineed. Hij had namelijk tegenstrijdige en belastende verklaringen afgelegd als getuige in een geruchtmakend proces rond een groep drugshandelaren.

Hij werd in de krant aangeduid met zijn voornaam, de initiaal van zijn achternaam, zijn leeftijd en zijn woonplaats. Ook zijn beroep werd vermeld, want dat had een directe relatie met de zaak. Klager vond dat hij door de combinatie van alle vermelde persoonlijke gegevens eenvoudig in het artikel kan worden herkend. Zo is hij door collega’s op de publicatie aangesproken. De gemeente is ook niet zo groot, dus velen wisten direct dat het om hem ging.

Ingelijst

Volgens klager had het allemaal wel wat minder gekund. De vermelding van dit alles was onnodig en niet functioneel, terwijl overigens een maatschappelijk belang ontbrak om zo uitgebreid, uitbundig en gedetailleerd te publiceren.

De krant heeft onvoldoende rekening gehouden met de kwetsbaarheid van klager en ten onrechte het risico genomen dat hij onevenredig nadeel van de berichtgeving had kunnen ondervinden en dat aan zijn familie onnodig extra leed zou worden toegevoegd. De krant had het beroep uit alle digitale versies verwijderd en beloofde in volgende publicaties over deze zaak het beroep niet meer te zullen vermelden.

De Raad achtte het aannemelijk dat klager door de combinatie van alle persoonsgegevens voor een brede kring van personen in het artikel herkenbaar is. De krant had kunnen en moeten volstaan met een beperktere aanduiding van klager, zonder dat dit afbreuk zou hebben gedaan aan de inhoud en nieuwswaarde ervan.

Door dit na te laten heeft zij journalistiek onzorgvuldig gehandeld. En dan volgt deze zin: “Waar met het mindere kan worden volstaan, moet in zo’n situatie niet naar het meerdere worden gegrepen.” Een zin die het waard is ingelijst te worden!

Huub Evers

Huub Evers was docent media-ethiek en lector aan Fontys Hogeschool Journalistiek in Tilburg. Hij is lid van de Raad voor de Journalistiek …
Profiel-pagina
Nog geen reactie — begin de discussie!