Nepnieuws heeft (tot nu toe) nog maar weinig voet aan de grond in Nederland. Er zijn weliswaar voorbeelden en van nepnieuws te vinden, maar de grootschalige verspreiding hiervan blijft uit. En dit is mede te danken aan de manier waarop het Nederlandse mediasysteem is opgebouwd en hoe de nieuwsconsument zich binnen dit systeem gedraagt. De bovenstaande beweringen worden gedaan in een tweetal onderzoeken naar de digitalisering van het medialandschap en de rol die deze digitalisering speelt in de verspreiding van online nepnieuws.

Reguliere media nog altijd betrouwbaar

Ten eerste is er het onderzoek Digitalisering en Nepnieuws uit 2018, uitgevoerd door de Autoriteit Consument & Markt en het Commissariaat voor de Media [pdf]. Het rapport stelt dat we ons in Nederland geen zorgen hoeven te maken over grootschalige verspreiding van nepnieuws. De auteurs schrijven dit onder andere toe aan het feit dat Nederlandse nieuwsconsumenten, naast sociale media en zoekmachines, hun nieuws nog steeds vooral via reguliere media verkrijgen. En deze reguliere media zijn volgens hen nog altijd erg betrouwbaar.

De nieuwsvoorziening die via deze nieuwsaanbieders wordt verspreid is pluriform, divers en van een kwalitatief hoog niveau.  Dit zorgt ervoor dat nepnieuws weinig kans krijgt om deze nieuwsvoorziening te infiltreren en, mocht dit wel gebeuren, bovendien snel wordt opgemerkt en dus ook niet verder kan worden verspreid. Op dit gebied staat Nederland er internationaal gezien sterk voor. In andere landen, met name in de Verenigde Staten, is namelijk wel sprake van de verspreiding van online nepnieuws op grote schaal, blijkt uit een ander onderzoek.

Vergelijking met mediasysteem VS

Het rapport Digitalisering van het nieuws, opgesteld door het Haagse Rathenau Instituut in 2018 [pdf], bewijst ook dat nepnieuws is Nederland nauwelijks aanwezig is. Een kort empirisch onderzoek, onderdeel van het netgenoemde rapport, naar de aanwezigheid van nepnieuws in Nederland, onderbouwt dit gegeven.

Van het nepnieuws dat toch in Nederland circuleert, is het grootste deel clickbait, wat volgens het Rathenau Instituut geen negatieve impact heeft op de samenleving. Dit in tegenstelling tot het veelal politiek geaarde nepnieuws dat in de Verenigde Staten erg aanwezig is.

Het rapport gaat dieper in op de vergelijking tussen Nederland en de Verenigde Staten. Door het mediasysteem van beide landen onder de loep te nemen identificeren de auteurs verschillen tussen deze systemen en wordt uitgelegd op welke manier deze verschillen de mate van verspreiding van online nepnieuws beïnvloeden. Zo proberen zij aan te tonen waarom er in de Verenigde Staten wel veel sprake is van online nepnieuws en in Nederland niet.

Het feit dat online nepnieuws in Nederland nog amper voet aan wal heeft gezet is volgens beide rapporten voornamelijk te danken aan de sterke positie van klassieke media (kranten en omroepen) in ons medialandschap. In de Verenigde Staten is deze veel zwakker.

Geloofwaardigheid

De grootschalige verspreiding van nepnieuws gebeurt vooral doordat nieuwsconsumenten het delen op sociale media zoals Twitter, zo beschrijft dit artikel in het Amerikaanse wetenschappelijke journal Science uit.

In zowel de VS en Nederland wendt de nieuwsconsument zich ongeveer even vaak tot sociale media voor de nieuwsvoorziening, maar Nederlanders verkrijgen hun nieuws daarnaast óók via de klassieke media. Zo worden eventuele nepnieuwsberichten (die ze op de sociale media gelezen hebben) ontkracht door de betrouwbare berichtgeving in een krant of op tv.

Of nepnieuws wel of niet wordt ontkracht heeft invloed op de verspreiding ervan. Onderzoek van de Hewlett Foundation [pdf], een Amerikaans filantropisch instituut, wijst uit dat wanneer men een bericht voor waar aanneemt, men dit bericht eventueel ook deelt. Ongeloofwaardige berichten worden niet worden gedeeld. Wanneer nieuwsconsumenten nepnieuwsberichten ontkracht zien worden, zullen ze deze niet verder verspreiden.

Polarisatie

Het Reuters Institute for the Study of Journalism publiceert ieder jaar een rapport over de toestand van de mediasystemen van een groot aantal landen. Dit rapport beschrijft hoe nieuwsconsumenten gebruik maken van de media in hun land. Uit de meest recente uitgave [pdf] blijkt dat het medialandschap van de Verenigde staten veel meer gepolariseerd is dan dat van West-Europese landen zoals Duitsland en Nederland. Nederlands grootse (online) media bedienen vooral een publiek dat zichzelf ergens rond het politieke midden plaatst. In de VS is het online publiek ofwel erg links of erg rechts georiënteerd.

In een gepolariseerd medialandschap heeft nepnieuws meer kans om zich te verspreiden, omdat nieuwsconsumenten zich dan tot een nieuwsmedium wenden dat hun eigen politieke opvattingen uitdraagt. De eventuele nepnieuwsberichten die deze media publiceren worden zelden ontkracht, omdat lezers, kijkers en luisteraars de mening van die berichten delen en ze daardoor eerder voor waar aannemen.

Daarnaast blijft de nieuwsconsument in een gepolariseerd medialandschap trouw aan de media die zijn politieke overtuiging uitdragen en mijdt media die een ander geluid laten horen. Nederlandse nieuwsconsumenten daarentegen maken juist wel gebruik van meerdere bronnen voor hun nieuwsvoorziening, zo vermeldt het rapport van Reuters. Zo zijn zij eerder in stat nepnieuws te detecteren en ontkrachten. en zullen nepnieuws zo eerder kunnen detecteren en ontkrachten.

Vertrouwen

Bovendien blijkt uit het laatste Reutersrapport dat Nederlanders in vergelijking met inwoners van de VS en de meeste andere geanalyseerde landen een veel groter vertrouwen hebben in de reguliere media. Sociale media vertrouwen zij in veel mindere mate. Ze zullen nepnieuwsberichten die op sociale media circuleren dan ook minder snel voor waar aannemen en minder snel delen dan Amerikaanse nieuwsconsumenten.

Daarbovenop komt nog het feit dat Amerikanen überhaupt veel eerder geneigd zijn om berichten te delen op sociale media, wat eveneens bevorderlijk lijkt voor de verspreiding van nepnieuws.

Conclusie

Door de manier waarop het Nederlandse mediasysteem is opgebouwd en functioneert is er bij ons sprake van een breed geïnformeerd publiek, dat toegang heeft tot een betrouwbare, pluriforme en niet-gepolariseerde nieuwsvoorziening. De nieuwsconsument laat zich niet snel foppen in het geloven van nepnieuwsberichten, die hem veelal via online media proberen te bereiken.

Doordat zulke berichten door de Nederlandse nieuwsconsument ongeloofwaardig worden geacht, zullen ze niet snel gedeeld worden op sociale media. Om die reden is de verspreiding van online nepnieuws in Nederland beduidend minder dan in een land als de Verenigde Staten, waar het publiek de bovengenoemde luxes niet heeft, of er weinig gebruik van maakt.

Val Caris

Val Caris heeft journalistiek gestudeerd aan de Hogeschool Utrecht en werkt nu als freelance journalist onder andere voor weekblad De …
Profiel-pagina
Nog geen reactie — begin de discussie!