Sinds 2015 maakte Thijs Kettenis verhalen op Lesbos in het vluchtelingenkamp Moria. In het kamp kreeg hij een baby in zijn armen gedrukt, met de vraag hij of een dokter was. “Er werd echt een beroep op mij gedaan met die baby. Op dat moment kun je heel moeilijk volhouden dat je maar een buitenstaander bent en de ander moet doen alsof jij er niet bent. Je bent daar als journalist, maar ook gewoon als mens. Wie zou er nou in zo’n situatie met die baby zeggen: ‘Nou, mevrouw sorry, hier heb ik geen tijd voor. Hou die baby maar lekker zelf.’”

Het is een ethisch dilemma dat de nodige vragen oproept. Mag je praktische hulp verlenen als journalist? De theorie zegt nee, maar hoe werkt het in de praktijk? Wanneer help je en wanneer niet? Hoe bewaak je die grens?

Grenzen bewaken

Niet aanwezig als hulpverlener, maar als journalist. “Er zitten heel veel mensen in het kamp die daar zijn als westerse hulpverleners. Ik zie eruit als iemand van een NGO, qua uiterlijk, dus je valt er heel snel op. Als niet-Griek en als niet-vluchteling, dan zul je wel een hulpverlener zijn. Dat ben ik dus niet. Ik ben maar journalist en ik maak een verhaal.”

“Zeker in het begin had ik het idee nog niet klaar te zijn in het kamp, ook al had ik genoeg materiaal voor een artikel verzameld. Toen dacht ik, ‘Hoezo ben ik hier nog niet klaar, waarom zou ik niet weg kunnen gaan?’ Dan komt toch het gevoel omhoog dat je die mensen wilt helpen of redden. Alleen dat kan niet en daarvoor ben je daar ook niet. Ik in ieder geval niet. Dat is misschien niet alleen de ethiek bewaken, maar ook jezelf. Je kunt het werk niet goed doen als je je helemaal laat meeslepen. Dan moet je hulpverlener worden denk ik, of ander werk gaan doen.”

Hulp verlenen

Kettenis merkt op dat de mate van hulp geven verschilt. “Als ik even pauze hou en zie dat iemand iets praktisch aan het doen is, dan help ik wel. Als er bijvoorbeeld een tent wordt opgebouwd en er moet even een stukje zeil opgehouden worden, dan doe ik dat. Dan ga ik echt niet zeggen: ‘Sorry, maar nee, dat kan niet. Dat is buiten mijn positie als journalist.’”

“Het helpt natuurlijk ook wel. Als je iets aardigs doet, dan krijg je dat mensen met je willen praten. Ik wil natuurlijk uiteindelijk wel wat van ze. Dan is het niet handig om als een soort van halve bulldozer door zo’n kamp heen te gaan. Daar zit ook zeker een beetje opportunisme bij, maar ook gewoon omdat je ziet dat iemand even wat hulp kan gebruiken.”

Geen persoonlijke belangenbehartiger

Toch zijn er mensen die wel graag hun verhaal kwijt willen. “Dan probeer ik duidelijk te benadrukken dat ik journalist ben. Ik schrijf voor de krant en ik gebruik uw verhaal. Ik wil niet dat die mensen denken dat ik een persoonlijke belangenbehartiger ben, want dat ben ik niet. Soms vragen ze dat weleens: ‘Kunt u dan niet meer doen?’ En dan zeg ik: ‘Ik probeer uw verhaal bekend te maken. Dat daar aandacht voor is, voor dit soort verhalen in de rest van de wereld, buiten dit kamp.’”

“In zo’n situatie waarbij ik dus een baby in mijn handen gedrukt krijg, bewaak ik die grens wel degelijk. Dat doe ik door heel duidelijk voor ogen te houden waarom ik daar ben. En dat is om een verhaal te maken. In het begin was dat nog wel eens moeilijk, maar daar krijg je dan toch een soort van routine in. Ik heb een deadline en ik weet waar ik ongeveer mee thuis moet komen. Heb je genoeg voor een verhaal? Oké, dan ben je dus klaar en ga je weg.”

Verhalen zoeken

“Ik hou dus goed voor ogen waarom ik daar ben. Soms leidt dat ook weer tot andere ethische dilemma’s. Ik kan me herinneren dat president Trump had besloten om de grens voor Syriërs dicht te doen. De opdrachtgever wilde weten wat de Syriërs in de kampen daarvan vonden. Ik was dus op zoek naar Syriërs en dan ga je echt etnisch profileren. Je kijkt naar uiterlijk en spreekt iemand op goed geluk aan. Je vraagt ze waar ze vandaan komen en als die persoon dan zegt ‘uit Irak’, dan weet je al dat je die persoon niet moet hebben. Maar die mensen hebben wel een verhaal. Wanneer je dan rigoureus te werk gaat, moet je tegen al die mensen zeggen dat ze niet interessant zijn voor het verhaal. Dat kun je niet maken. Je moet die verhalen toch aanhoren en doen alsof je geïnteresseerd bent.”

“Als mens ben ik zeker wel geïnteresseerd, maar voor mijn werk is het dan niet helemaal relevant. Dat wordt met name lastig als je een strikte deadline hebt, want dan heb je daar eigenlijk geen tijd voor. Soms heb ik dan ook maar gewoon uitgelegd dat ik op zoek ben naar iets anders en er haast achter zit. Dan vertel ik ze wel dat ik er nog een tijdje rondloop en dat ze me later mogen aanspreken. Dat heb ik dan maar zo gedaan, maar dat is soms superlastig.”

Lees de andere interviews met correspondenten over ethische kwesties.

Anoes Melse

Anoes Melse studeert journalistiek aan de Christelijke Hogeschool Ede. Voor haar afstudeeronderzoek onderzocht zij ethiek in de …
Profiel-pagina
Nog geen reactie — begin de discussie!