Het gebeurt hem nogal eens:  de vraag om hulp. Vaak financiële hulp. “Tijdens de lockdown schrijf ik een verhaal over mensen die hun inkomen kwijt zijn en geen inschrijfgeld meer hebben voor de school van hun kinderen. Ook hebben ze medicijnen nodig, die ze niet meer kunnen betalen. Je ziet de vraag al aankomen, dan vragen ze mij of ik niet kan helpen.”

Geld geven voor een interview

Volgens de gangbare journalistieke principes betalen journalisten mensen niet voor een interview.  Maar de praktijk is weerbarstig voor buitenlandcorrespondenten die te maken krijgen met mensen in armoede. “Het is niet zo dat ik nog nooit geld heb gegeven. Ik zeg ook niet dat ik dat per definitie niet doe. Het gaat vaak ook wat subtieler. Dan is er bijvoorbeeld een assistent, vaak een lokaal iemand, die heeft geholpen om een gesprek te arrangeren. Ik betaal hem natuurlijk voor zijn geleverde diensten. Ik weet dan meestal wel dat een deel daarvan uiteindelijk bestemd is voor degene die geïnterviewd wordt. Er zit dan iemand tussen. Moet ik dan zeggen: ik betaal hem minder? Of moet ik hem zeggen dat hij geen geld aan die persoon mag geven? Nee, dat doe ik niet.”

Schenkel meent dat het belangrijk is om een onderscheid te maken in wie je voor je hebt staan. “Gaat dit om mensen die weinig meer hebben, maar die je wel het hemd van het lijf vraagt? Dan heb ik er minder moeite mee als daar wat tegenover staat. Stel je praat met een minister of iemand in het bedrijfsleven, daar betaal je sowieso niet voor. Dat zie ik als betalen voor informatie, dat doe je niet. Het voelt voor mij anders als je het geeft aan iemand die verder niks heeft.”

Beroepscodes in de praktijk

Journalistieke beroepscodes zeggen dat journalisten hun bronnen niet horen te betalen. Zo ook de Leidraad van de Raad voor de Journalistiek:

Journalisten betalen getuigen en informanten niet; een redelijke onkostenvergoeding kan verantwoord zijn.

Leidraad Raad voor de Journalistiek

Hoe kijkt Schenkel aan tegen dit soort richtlijnen in beroepscodes? “Dat is lastig. Je kunt heel strikt zeggen: per definitie kan en mag dat niet. In de praktijk denk ik dat daar wel enige flexibiliteit in bestaat.”

Net als andere correspondenten heeft ook Schenkel meermaals meegemaakt dat hij geld moest betalen voor zijn eigen veiligheid, of om zijn verhaal te kunnen maken. “Voor een verhaal in een sloppenwijk in Nairobi, moest ik de lokale bende betalen. Anders kwam ik er niet in en liep ik het risico beroofd te worden. Wat doe je dan? Zeggen dat je niet betaalt en het erop wagen? Ik weet niet of dat verstandig is. Het gaat ook altijd om kleine bedragen. Als je een paar euro betaalt wordt je niet beroofd. Het waren verder ook niet de bendejongens die geïnterviewd werden, dus het had op de inhoud van het verhaal ook geen impact.”

Corruptie is iets dat Mark veel tegenkomt. Er wordt iets van hem verwacht, wil hij zijn werk kunnen doen. “Wil je je perskaart verlengen of moet je een grens over, dan is het wel de bedoeling dat er betaald wordt. Wat doe je dan? Het mag in principe niet, dan doe je iets wat niet mag. Er is natuurlijk wel eens een situatie waarbij je er wel in mee gaat, omdat je anders domweg je verhaal niet kunt maken of een land niet binnenkomt. Daar ontkom je niet aan.”

Menselijk leed

Het menselijk leed waarmee buitenlandcorrespondenten te maken hebben is soms indrukwekkend. Schenkel vertelt over zijn bezoek aan een ziekenhuis in Congo. “In 2018 ging de Nobelprijs voor de Vrede naar de Congolese arts Denis Mukwege die vrouwen opereert die verkracht zijn. In Congo gebeurt dat ontzettend veel en vaak, op hele vreselijke manieren. Ik ben toen met de fotograaf naar die kliniek geweest. Van alle dingen die ik heb bezocht, is dit iets dat kennelijk impact op me heeft gemaakt. Ik was daar om mijn verhaal te maken en met die vrouwen te praten. Dat waren vreselijke verhalen, soms denk ik daar nog wel eens aan terug.”

Hoe ga je als correspondent om met zulke aangrijpende verhalen? Schenkel vertelt dat hij zich in veel situaties redelijk kan afsluiten. “Het komt niet zo vaak voor dat iets me dermate aangrijpt dat ik het even niet meer weet. Dat is misschien deels bewuste zelfbescherming en dat is deels misschien gewoon hoe ik in elkaar zit. Je kunt het werk niet doen als je gemaakt bent van beton, als niets je aangrijpt af en toe. Omgekeerd werkt het ook zo. Als je er steeds een acute zenuwinzinking van krijgt, kun je je werk ook niet doen.”

Lees de andere interviews met correspondenten over ethische kwesties.

Anoes Melse

Anoes Melse studeert journalistiek aan de Christelijke Hogeschool Ede. Voor haar afstudeeronderzoek onderzocht zij ethiek in de …
Profiel-pagina
Nog geen reactie — begin de discussie!