De Rohingya worden al jarenlang gemeden, gediscrimineerd en als derderangsburgers behandeld. Ze hebben feitelijk geen rechten in Myanmar. Geen recht op een identiteitsbewijs, geen erkenning als staatsburger. In 2017 liep het uit de hand doordat een kleine groep Rohingya-rebellen de wapens oppakte en politieposten aanviel. Het leger van Myanmar reageerde daar keihard op met een grote crackdown. Dat resulteerde in tienduizenden vermoordde mensen en honderdduizenden mensen die in hele korte tijd de grens met Bangladesh over vluchtten.

“Het was denk ik iets dat voor mij in die acht jaar het meest confronterende was van wat ik heb meegemaakt. Ik volgde de crisis met de Rohingya al langere tijd, vooral voor Trouw. Het was de eerste keer dat ik het enorme vluchtelingenkamp zag en er staken nog steeds mensen de grens over. Ik ben naar de grens gelopen om mensen die net uit Myanmar gevlucht waren op te vangen en hun verhalen te horen.”

“Je staat oog in oog met mensen die hun hele leven achterlaten en in een totaal onbekende plek terecht komen. In een voor hen vreemd land. Ze hebben geen idee of ze ooit terug kunnen of wanneer dat zou kunnen. Ook hebben ze vreselijke dingen gezien en meegemaakt. Dat is confronterend.”

Je rol als journalist

Als mens wil je graag hulp verlenen, maar als journalist kan dat niet. “Als je daar als journalist bent, dan moet je in staat zijn om in ieder geval op dat moment bepaalde emoties uit te schakelen, want je bent er als verslaggever. Je wil verslag doen, je wil zien wat er aan de hand is. Dat is moeilijk, maar op het moment dat ik daar was heb ik daar niet eens zozeer bij nagedacht. Het is gewoon onmogelijk om die mensen allemaal te helpen. Dat kan niet. Er zijn te veel mensen en je wilt ook geen verkeerde verwachtingen wekken, want je bent er niet als hulpverlener.”

“Ik heb dus niet geprobeerd om mensen te helpen. Ik wist niet zo goed wat ik moest doen en ik stond er ook min of meer toevallig. Het enige wat ik bij me had was een camera en een notitieblok. En voor je het weet, zien mensen je aan als hulpverlener. En dat is niet onze rol.”

“Het enige wat je misschien kunt doen, wat we ook wel hebben gedaan, is hier en daar een flesje water geven aan iemand. Of misschien iets te eten aan iemand, maar daar houdt het dan ook wel mee op. Ook daarmee moet je voorzichtig zijn, want voor je het weet krijg  je een massa mensen over je heen.”

“Ik was daarom heel blij dat ik een goede assistent bij me had. We waren met een team van vier mensen en die andere drie hadden veel meer ervaring in de kampen. Zij waren daar in het verleden ook geweest. Op dat moment heb je dat nodig, want anders wordt je overweldigd door wat er gebeurt.”

De emotionele impact

“Wat ik merk, zeker bij de vluchtelingencrisis met de Rohingya, is dat je pas achteraf beseft hoe emotioneel zwaar het is. Hoe confronterend het is. Je bent vier dagen in zo’n vluchtelingenkamp en je werkt van ’s ochtends vroeg tot ’s avonds laat. Op het moment zelf is mijn focus en aandacht daar. Je bent op dat moment zo bezig met je verhalen en je feiten, dat er eigenlijk geen ruimte is voor emoties. Die ruimte ontstaat pas op het moment dat je weer thuis bent en tot rust komt.”

“Pas toen ik thuis kwam merkte ik dat ik emotioneel gewoon echt wel was geraakt. Ik werd er heel verdrietig van. Het is maar goed ook dat die emoties later komen, want het zou je heel erg afleiden tijdens je werk. Dat wil niet zeggen dat het niet binnenkomt. Het komt zeker wel binnen, maar op dat moment stop je het weg. Pas later, wanneer je tot rust komt en het voorbij is, komt het weer boven.”

“Het is denk ik heel belangrijk om gewoon de tijd te nemen om dat te verwerken. Niet de volgende dag zeggen: ‘Nou, ik ga weer lekker aan de slag met een heel ander onderwerp.’ Je hebt wel even wat tijd nodig om het te verwerken en dat is oké. Ook omdat je vier of vijf dagen zo ongeveer twaalf tot veertien uur per dag werkt.”

Invloed als journalist

Als hij terugkijkt is Hoekstra teleurgesteld over de impact van de berichtgeving over de Rohingya-crisis. “Als je er bent dan heb je de hoop dat het nieuws internationaal aanslaat. In de zin dat het organisaties en landen wel zal aanzetten om serieus hulp te bieden. Dat viel mij behoorlijk tegen. De internationale reactie was, vond ik, erg matig.”

“Ik ben wel heel blij met de manier waarop Trouw het heeft aangepakt. De eerste dag op de voorpagina. Drie dagen daarna stond het ook vrij prominent in de krant.”

“Al had ik wel meer verwacht. Op meer gehoopt in elk geval. Zeker in situaties waarin het zo confronterend is, hoop je gewoon dat je verhalen een grotere impact hebben en misschien iets in gang zetten. Dat heb ik toen wel gemist.”

“Al had ik dat waarschijnlijk weer heel anders gevoeld als ik er niet zelf was geweest. Misschien heb ik met mijn verhalen mensen wel wakker gemaakt, maar niet op de schaal waar ik op gehoopt had.”

Lees de andere interviews met correspondenten over ethische kwesties.

Anoes Melse

Anoes Melse studeert journalistiek aan de Christelijke Hogeschool Ede. Voor haar afstudeeronderzoek onderzocht zij ethiek in de …
Profiel-pagina
Nog geen reactie — begin de discussie!