“Ik was met enkele anderen ongeveer als eerste bij het wrak van MH17. Het was geen prettig gezicht. Alle lichamen lagen er nog. Al twee of drie dagen. Er lagen ook delen van lichamen. Ik maakte er foto’s van, maar wat doe je daarmee? Ik heb er een paar op Twitter gezet, wel de foto’s waarbij de lijken afgedekt waren met plastic. Ik heb er geen enkele foto op gezet waarvan ik dacht dat het een gruwelijke foto was of dat iemand herkenbaar was.”

Gruwelijke foto's

Bosman is geen fotojournalist, maar op dat moment werd hij gevraagd of hij dit erbij kon doen. “Ik kan me nog herinneren dat ik een paar dagen later in een hotel in Donetsk zat. Ik had een discussie met een andere fotograaf. Hij werkte voor een persbureau dat alle foto’s ongecensureerd op het net plaatste. De vraag en discussie was, is het ethisch verantwoord om bepaalde foto’s te leveren?”

“Hij liet mij de foto’s zien die hij had gemaakt en die waren gruwelijk. Ik had het zelf gezien en dat soort foto’s ook gemaakt, maar niet geleverd. Ik vond dat het niet verantwoord was om dat soort foto’s te delen. Die mensen hebben daar namelijk niks meer over te zeggen. Ze liggen daar, in mensonterende toestand. Sommigen nog helemaal gaaf, maar dan nog. Willen zij op die manier na hun dood ergens gezien worden?”

“Nu zullen er weinig kranten zijn die dat soort gruwelijke foto’s plaatsen, ook kranten hebben natuurlijk hun eigen ethiek. De vreselijkste beelden zullen ze niet laten zien, maar die foto’s worden dus wel verspreid door fotografen. Wil je dat?”

“De fotograaf vertelde mij zijn motief om het wel te doen. Hij was ervan overtuigd dat als je oorlog wil laten zien, je het ook echt moet laten zien zoals het is. Anders snappen mensen het niet. Als je dat gaat afvlakken en censureren, komt het ook niet binnen. Hij vertelde dat het de enige manier is om een einde te maken aan oorlog. Als mensen dat soort beelden zien, komen ze echt in beweging om voor vrede te zorgen.”

Contact met nabestaanden

“Mijn foto’s heb ik wel naar mijn opdrachtgever gestuurd. Ik had foto’s van lichamen waar landbouwplastic overheen lag. De lichamen werden in een rij aan de kant van de weg gelegd. Bij één van de slachtoffers waaide het plastic er half af. Ik kan me hem nu nog herinneren. Ik wist bijna zeker dat het een Nederlandse jongen was. Het was een heel aangrijpend beeld.”

“Ik kan me niet meer herinneren of ik de foto gemaakt heb, of ik dat ik op het punt stond om het te doen. De aanblik van de jongen was zo indringend dat ik het uiteindelijk niet gedaan heb, geloof ik. Juist omdat zo’n jongen dan ook herkenbaar is. Dat kan je richting de familie niet maken.”

“Ik heb later wel eens gedacht of ik die familie de mogelijkheid moest geven om contact met mij te laten opnemen. Dat was ook een ethisch dingetje. Bij het maken van een longread over MH17, herkende ik de jongen. Mijn collega vroeg toen of ik contact met de familie wilde opnemen, of dat ze mijn naam zouden doorgeven. Ik heb dat toen toch geweigerd, want wat had ik nog kunnen toevoegen. Ik wilde niet nog meer pijn brengen. Je weet ook niet wat je overhoop haalt bij die mensen, misschien wilden ze het helemaal niet weten. Je brengt hen daarmee ook in een dilemma. Ze weten dat het kan, maar misschien willen ze het helemaal niet weten. Ik dacht dat het beter was om voorzichtig te zijn en het niet te doen.”

“Mogelijk onbewust vond ik het ook wel moeilijk om met die mensen te praten. Je neemt wel een last op je schouders. Jij bent degene die hun zoon, hun geliefde voor het laatst heeft gezien. Het zou kunnen dat ik dat onbewust ook wel moeilijk vond. Dat weet ik niet goed. Ik heb er nooit zo over nagedacht, maar het zou best kunnen dat dat onbewust allemaal meegespeeld heeft.”

Afstand bewaren

Bij rampen en plekken waar je als journalist veel leed ziet, is het soms lastig om grenzen te stellen aan je betrokkenheid. Laat je je als journalist beïnvloeden door dit leed? “Ik kon goed afstand bewaren doordat ik in een professionele modus zat. Ze zeggen weleens, een cameraman kan de vreselijkste dingen filmen, maar er niet door geraakt worden. Hij heeft zijn lens als een soort van bescherming. Ik denk dat dat voor mij ook een beetje zo werkte. Je gaat toch in zo’n professionele modus. Je moet nieuws hebben, je moet informatie verzamelen en daar ben je mee bezig.”

“Ook kan ik goed relativeren. De slachtoffers zijn in wezen onbekenden. Het is een heel akelig beeld dat een dag langer op je netvlies staat dan andere beelden, maar het zijn onbekenden voor je. Als het je neefje was, of je broer, of je zus, of je vrouw, dan was het een andere zaak geweest. Dan ben je er emotioneel veel meer bij betrokken. Er gebeurde toen ook zoveel om de ramp heen. Er werden persconferenties gegeven, je ging heen en weer naar de plek. Je moest ook gewoon werken.”

“Je staat op een plek waar iets verschrikkelijks gebeurd is. Er is heel weinig informatie beschikbaar en je komt niet makkelijk het gebied binnen. Iedereen in Nederland en overal ter wereld, wil weten wat er gebeurd is. Ik weet nog dat ik toen voor het eerst het gevoel had dat wat ik doe als journalist, er echt toe deed. Na bijna 30 jaar journalistiek. Uiteindelijk zijn de meeste verhalen plat gezegd toch maar bladvulling, de krant moet vol. Juist toen had ik voor het eerst het gevoel dat het belangrijk was om het verhaal te vertellen. Zo sterk had ik dat nog nooit gevoeld. Dat hielp mij om emotioneel afstand te bewaren.”

Lees de andere interviews met correspondenten over ethische kwesties.

Anoes Melse

Anoes Melse studeert journalistiek aan de Christelijke Hogeschool Ede. Voor haar afstudeeronderzoek onderzocht zij ethiek in de …
Profiel-pagina
Nog geen reactie — begin de discussie!